Verschillenanalyse op deelprogrammaniveau
(x € 1.000) | Lasten | Baten | Reserve | |
|---|---|---|---|---|
Bedrijfsvoering | 4.202 | -1.140 | -3.916 | |
Informatiebeveiliging (ovb) | 106 | 0 | 0 | |
De NIS2-wetgeving was in 2025 nog niet ver genoeg uitgewerkt om de acties reeds uit te zetten. Daarnaast moesten we voor de hacktest wachten totdat het vaarseizoen ten einde was om de dienstverlening niet in gevaar te brengen. Ten slotte heeft het traject rondom de optimalisatie websites, dat ook de beveiliging van websites meeneemt, vertraging opgelopen. De niet bestede middelen (€ 105.500) worden via bestemming van het rekeningresultaat overgeboekt naar 2026. | ||||
IP-middelen | 382 | 0 | -382 | |
Boekjaren en projecten lopen niet synchroon. Een project start niet precies op 1 januari en eindigt op 31 december. Om die reden kan het zo zijn dat bepaalde budgetten meegenomen moeten worden naar een volgend boekjaar, met oog op de nog uit te voeren activiteiten van de projecten. Ook zijn sommige projecten afgerond met minder middelen dan begroot. Door toevoeging aan de reserve Automatisering zijn deze bedragen beschikbaar voor toekomstige boekjaren. | ||||
Verbruikskosten elektriciteit | 123 | 0 | 0 | |
Het positieve verschil op het krediet voor elektra wordt voornamelijk veroorzaakt door incidentele meevallers in de vaste lasten. De ophoging van het vastrecht en gerelateerde belastingen vielen lager uit dan waarmee rekening was gehouden. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Aanschaf meubilair | 62 | 0 | 0 | |
De lasten zijn lager uitgevallen in 2025, omdat er minder gebruiksgoederen zijn aangeschaft en het reguliere onderhoud in de gebouwen en op de werkplekken lager is uitgevallen dan waar rekening mee was gehouden, waardoor ook geen meubilair is aangeschaft. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Onderhoud (installaties, bouwkundig, buitengewoon) | 215 | 0 | 0 | |
De uitgaven voor de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties laten een onderschrijding zien. Het uiteindelijke saldo wordt sterk beïnvloed door het aantal en de aard van de storingen. In 2025 vielen de storingen mee. Dit geldt eveneens voor het bouwkundig en het buitengewoon onderhoud, dat in belangrijke mate afhankelijk is van onverwachte defecten en noodzakelijke herstelwerkzaamheden. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Huuropbrengst gebouwen | 0 | 126 | 0 | |
De huuropbrengsten voor gebouwen vallen hoger uit dan begroot. Dit positieve verschil wordt vooral veroorzaakt door incidentele extra huurinkomsten vanuit het gebruik van twee kamers door de Staatssecretaris Herstel, die bij het opstellen van de begroting nog niet waren voorzien. Daarnaast heeft de jaarlijkse indexatie van de huurafspraken met Prolander geleid tot structureel hogere opbrengsten dan waarmee vooraf rekening was gehouden. Voor de komende begroting wordt bekeken in hoeverre deze inkomsten (deels) structureel worden, zodat toekomstige ramingen beter aansluiten op de actuele situatie. | ||||
Vervanging Financieel Systeem (ovb) | 1.956 | 0 | 0 | |
De implementatie van het nieuwe financieel systeem is na afronding van de aanbesteding in maart 2025 gestart. Begin 2025 is het besluit gecommuniceerd dat de livegang is verplaatst van 1 januari 2026 naar 1 januari 2027. De consequentie hiervan is dat het zwaartepunt van de implementatie niet in 2025, maar in 2026 ligt. In 2026 zal een groot beroep gedaan worden op kennis en capaciteit, zowel intern als extern. De resterende middelen (€ 1.956.000) worden via bestemming van het rekeningresultaat overgeboekt naar 2026. | ||||
Baten overhead | 0 | 298 | 0 | |
Deze baten betreffen het gedeelte overhead dat is gekoppeld aan de doorbelasting van uren aan medeoverheden voor onder andere het onderhoud aan, en de bediening van bruggen. De loonkosten van deze uren (maal tarief) komen ten gunste van de AKP-budgetten van de betreffende teams waar deze medewerkers werkzaam zijn. De component overhead wordt centraal gerealiseerd en komt ten gunste van de algemene middelen, dit omdat de kosten voor overhead ook ten laste komen van de algemene middelen. Omdat op voorhand niet valt in te schatten hoeveel uren exact worden doorbelast, wordt op deze post niet apart begroot en is het verschil dus uitsluitend de realisatie in het kalenderjaar. Het saldo komt ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Digitalisering archief ProMIS (ovb) | 144 | 0 | 0 | |
Het project is in 2025 van start gegaan waarbij reeds werkzaamheden zijn uitgevoerd en voor een bedrag van € 45.000 is gefactureerd. Het resterende deel van het project, zal in 2026 worden afgerond en gefactureerd. De resterende middelen (€ 144.000) worden via bestemming van het rekeningresultaat worden overgeboekt naar 2026. | ||||
Exploitatie ICT | 535 | 0 | -535 | |
De lasten voor de exploitatie ICT vallen lager uit dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van de Azure-dienstverlening. Deze is later gestart dan gepland waardoor er minder kosten zijn gemaakt dan werd verwacht. Het restant wordt toegevoegd aan de reserve Automatisering en blijft beschikbaar voor komende jaren. | ||||
Overig | 557 | -428 | -43 | |
Kapitaallasten | -1 | 0 | 0 | |
Apparaatskosten | 123 | -1.136 | -2.956 | |
Algemene dekkingsmiddelen | -6.637 | 5.598 | 0 | |
Treasury | -3.878 | 4.944 | 0 | |
Het resultaat van de treasuryfunctie bedraagt in 2025 per saldo € 1,066 miljoen positief. Dit resultaat wordt in belangrijke mate gerealiseerd door een hogere opbrengst aan rente van in de schatkist aangehouden tegoeden. Onder aftrek van de doorbetaling van rente wegens voor derden aangehouden tegoeden bedraagt het resultaat in 2025 € 1,624 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een ruimere omvang van beschikbare tegoeden dan geraamd. Daarnaast is sprake van een nadelig resultaat van € 446.700 wegens een geringer positief resultaat op de beleggingsportefeuille voor de nazorg van stortplaatsen. Rekening werd gehouden met een geraamde opbrengst van 7,5% op de beleggingsportefeuille van afgerond € 25 miljoen, gerealiseerd is een rendement van 5,71%. | ||||
Voorziening deelneming IFG | -3.024 | |||
Uit de jaarrekening 2025 van Investeringsfonds Groningen BV (IFG) blijkt dat over 2025 een negatief resultaat is gerealiseerd van € 3,0 miljoen.Het gevolg is dat dit een negatief effect heeft op de marktwaarde van IFG en is daardoor lager dan onze boekwaarde. Dit betekent dat de gevormde voorziening IFG moet worden verhoogd met € 3,0 miljoen. | ||||
Voorziening deelneming N.V. NOM | -273 | |||
Uit de jaarrekening 2025 van de N.V. NOM blijkt dat als gevolg van de waardedaling van de participatieportefeuille wij een voorziening moeten vormen omdat de waarde lager ligt dan de verkrijgingsprijs. | ||||
Onvoorziene uitgaven | 500 | 0 | 0 | |
Er is in 2025 geen gebruik gemaakt van het budget voor onvoorziene uitgaven van in totaal € 500.000. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Uitkering Provinciefonds | 0 | 455 | 0 | |
In de decembercirculaire 2025 van het Provinciefonds zijn de volumes van een aantal verdeelmaatstaven ten opzichte van de septembercirculaire geactualiseerd. Daarnaast is de uitkering iets verlaagd als gevolg van een hogere bijdrage in de kosten 2025 van het Handelsregister dat de Kamer van Koophandel in opdracht van het ministerie van Economische Zaken beheert. Deze mutaties hebben geleid tot een lagere uitkering van € 45.000 Daarnaast is de buffer van € 0,5 miljoen, die wij in het kader van een behoedzaam scenario met betrekking tot de uitkering aanhouden, vrijgevallen. Het per saldo voordelig effect van € 455.000 valt vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
BTW-compensatiefonds | 0 | 512 | 0 | |
Voor een aantal partijen vordert de provincie de btw terug via het BTW-compensatiefonds (doorschuif btw). Een deel van deze btw komt ten gunste van de provincie, dit is hoger uitgevallen dan vooraf ingeschat. Reden hiervoor is dat er bij het opstellen van de begroting voorzichtig is begroot, omdat vooraf lastig te bepalen is hoeveel btw de provincie terug kan vorderen voor andere partijen én deze ten gunste komt van de provincie. Het voordelig saldo van € 512.200 valt vrij ten gunste van het rekeningresultaat. | ||||
Opcenten motorrijtuigenbelasting | 0 | -314 | 0 | |
De provinciale opcenten motorrijtuigenbelasting (mrb) wordt opgelegd en geïnd door de Belastingdienst. Eind 2024 en begin 2025 heeft de Belastingdienst een fout gemaakt in de afdrachten naar de provincies. Hierdoor beschikten we over minder accurate informatie om de begroting bij te stellen. Daarnaast zien we een lichte daling in het aantal fossiel aangedreven voertuigen. Die daling wordt in aantallen wel meer dan goed gemaakt door de toename in de elektrische en hybride voertuigen. In 2025 betaalden die echter een aandeel van respectievelijk 0,25 en 0,75 van het tarief opcenten mrb voor een fossiel aangedreven voertuig. | ||||
Overig | 38 | 1 | 0 | |
Apparaatskosten | 0 | 0 | 0 | |
Totaal verschillen programma | -2.435 | 4.458 | -3.916 | |
