8.1. Bedrijfsvoering
Indicatoren | ||||||||
Realisatiewaarden | Streefwaarden | |||||||
Omschrijving | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
Verplichte indicatoren (BBV) | ||||||||
N.v.t. | ||||||||
Eigen indicatoren | ||||||||
N.v.t. | ||||||||
Prioriteiten
Prestatie | Resultaat |
|---|---|
DIGITALISERING | |
Uitvoeren Groningse Digitaliseringsstrategie (zie paragraaf 10. Grote transities - Digitaliseringsstrategie) | |
|
|
| |
| |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
Regulier
Prestatie | Resultaat |
|---|---|
Facilitair
|
|
|
|
|
|
HRM | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bijdrage Verbonden partij aan beleidsdoel
Prestatie | Resultaat |
|---|---|
N.v.t. |
8.2. Algemene dekkingsmiddelen
Hieronder is een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en onvoorziene uitgaven opgenomen. Onder dit overzicht wordt een aantal onderdelen kort toegelicht. In de paragraaf Lokale heffingen gaan wij naast opcenten motorrijtuigenbelasting in op de diverse leges en overige heffingen.
In het onderdeel Jaarrekening geven wij een totaalbeeld van de gerealiseerde lasten en baten en gaan wij nader in op de financiële positie.
(x € 1.000) | Realisatie 2024 | Primitieve begroting 2025 | Begroting na wijziging 2025 | Realisatie 2025 | Verschil | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene dekkingsmiddelen | 360.625 | 339.085 | 434.515 | 433.477 | -1.038 | |
1. Uitkering Provinciefonds | 267.055 | 248.320 | 331.442 | 331.898 | 456 | |
2. Opcenten provinciale belastingen | 65.651 | 67.526 | 68.575 | 68.262 | -313 | |
3. Geldleningen en uitzettingen | 32.461 | 18.223 | 25.890 | 26.930 | 1.040 | |
4. Deelnemingen | -4.991 | 6.344 | 9.036 | 5.765 | -3.271 | |
5. Onvoorzien | 0 | -500 | -500 | 0 | 500 | |
6. Overige algemene dekkingsmiddelen | 449 | -828 | 72 | 622 | 550 | |
Saldo mutaties reserves programma 8 | -3.576 | 14.923 | -39.037 | -42.953 | -3.916 | |
Saldo algemene dekkingsmiddelen | 357.049 | 354.008 | 395.478 | 390.524 | -4.954 |
Hierna lichten wij de genoemde onderdelen kort toe.
1. Uitkering Provinciefonds
De uitkering uit het Provinciefonds is in de bijgestelde begroting 2025 deels gebaseerd op de decembercirculaire 2025. Op basis van deze circulaire hebben wij ten opzichte van de septembercirculaire 2025 € 54,4 miljoen extra ontvangen. Het grootste deel heeft betrekking op decentralisatie-uitkeringen, waarvan een deel (uitvoeringskosten Nij Begun) al vooruitlopend op de decembercirculaire in de Najaarsmonitor 2025 is meegenomen. Via een wijziging in mandaat is aanvullend nog € 48,6 miljoen verwerkt in de begroting 2025.
Daarnaast zijn de volumes van een aantal verdeelmaatstaven ten opzichte van de septembercirculaire 2025 geactualiseerd en is er een correctie met betrekking tot een bijdrage in de kosten 2025 van het Handelsregister dat de Kamer van Koophandel in opdracht van het ministerie van Economische Zaken beheert. Dit heeft geresulteerd in een verlaging van afgerond € 0,05 miljoen.
In verband met onzekerheden in de uitkering corrigeren wij de begrote bate met een behoedzaamheidsbedrag van structureel € 0,5 miljoen per jaar (Kadernota 2021-2025). Deze buffer valt nu vrij ten gunste van het rekeningresultaat.
2. Opcenten provinciale belastingen
De opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting (mrb) was in 2025 € 313.500 lager dan de begrote opbrengst. De aanslagoplegging en de inning van de opcenten motorrijtuigenbelasting wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. Begin 2025 heeft de Belastingdienst een fout gemaakt in de afdrachten. Hierdoor beschikten we over minder accurate informatie om de begroting bij de Voorjaarsmonitor bij te stellen. Daarnaast zien we een lichte daling in het aantal fossiel aangedreven voertuigen. Die daling wordt in aantallen wel meer dan goedgemaakt door de toename in de elektrisch en hybride voertuigen. In 2025 betaalden die echter respectievelijk 0,25 en 0,75 van het mrb-opcententarief voor een fossiel aangedreven voertuig.
Volledigheidshalve vermelden we dat er een onzekerheid bestaat op de volledige inning van de opcenten motorrijtuigenbelasting, net als dat in andere jaren ook het geval was. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van de opcenten motorrijtuigenbelasting wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. De informatie van de Belastingdienst is ontoereikend om als provincie de juistheid en volledigheid van de opbrengsten op voertuigniveau te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van de berekening, oplegging en incasso door de Belastingdienst, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de opcenten motorrijtuigenbelasting geen provinciale verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de provincies geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting kan worden verkregen.
In de paragraaf Lokale heffingen het beleid ten aanzien van de opcentenheffing motorrijtuigenbelasting alsmede de lokale lastendruk toegelicht. Daarbij is tevens de lokale lastendruk vergeleken tussen provincies onderling. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar deze paragraaf.
3. Geldleningen en uitzettingen
Voor een nadere toelichting op het saldo van de rentebaten en -lasten van de uitgezette middelen verwijzen wij naar de paragraaf 2. Financiering van deze jaarstukken. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de risico's opgenomen van de leningen die in het kader van de publieke taak zijn verstrekt.
4. Deelnemingen
Op basis van de ontvangen jaarrekeningen 2025 van Investeringsfonds Groningen BV (IFG) en N.V. NOM blijkt dat de marktwaarde lager is dan onze waardering van de betreffende deelnemingen. Daarom hebben wij de gevormde voorziening IFG met € 3,0 miljoen aangevuld en voor N.V. NOM een voorziening van € 0,3 miljoen gevormd.
5. Onvoorzien
In de begroting is een budget opgenomen ten behoeve van onvoorziene uitgaven van € 0,5 miljoen. Wij hebben in 2025 geen gebruik gemaakt van het budget en daarom valt het nu vrij ten gunste van het rekeningresultaat.
6. Overige algemene dekkingsmiddelen
Onderdeel van de financiële dekking van het Hoofdlijnenakkoord 2024-2027 is een structurele bezuiniging op autonome taken van in totaal € 0,8 miljoen op jaarbasis. In totaal is er op diverse kredieten een bezuiniging doorgevoerd van bijna € 0,9 miljoen. Het surplus is voor 50% toegevoegd aan het budget Provinciale meefinanciering en voor 50% opgenomen als een stelpost Autonome taken. Deze stelpost is in 2025 niet benodigd geweest en valt nu vrij in het rekeningresultaat.
Voor een aantal partijen vorderen wij de btw terug via het BTW-compensatiefonds. Een deel van deze btw komt ten gunste van de provincie. Dit is ongeveer € 0,5 miljoen hoger uitgevallen omdat wij hierbij voorzichtig begroten.
Saldo mutaties reserves programma 8
Zie Jaarrekening (onderdeel Lasten, baten en saldo per programma) voor een analyse van deze reservemutaties.
N.B. Met ingang van 1 januari 2016 geldt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ook voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat de provincie onder voorwaarden belastingplichtig kan zijn voor de vennootschapsbelasting (vpb).
Op basis van een inventarisatie en afstemming met de Belastingdienst bij invoering van de vpb voor overheidsondernemingen was de conclusie dat de provincie geen activiteiten heeft die leiden tot betaling van vennootschapsbelasting. In 2025 heeft een nieuwe beoordeling van de mogelijke vpb-plichtige activiteiten plaatsgevonden. De uitkomsten hieruit zijn nog niet definitief bekend. Vooralsnog verwachten we niet dat er sprake zal zijn van vennootschapsbelastingplicht.
