Jaarrekening

Overzicht van baten en lasten

De jaarrekening 2025 kent een voordelig resultaat van € 23,8 miljoen ten opzichte van een begroting na de laatste wijziging met een geraamd resultaat van afgerond € 0,6 miljoen (restant flexibel budget 2025) is opgebouwd uit:

  • een gerealiseerd saldo van baten en lasten van € 100,2 miljoen voordelig;
  • een storting van per saldo € 76,4 miljoen in reserves.

Zie onderstaande tabel.

Tabel 24. Resultaat

Realisatie

Primitieve
begroting

Begroting
na wijziging

Realisatie

Verschil

(x € 1.000)

2024

2025

2025

2025

Lasten

561.239

638.551

722.140

585.173

136.967

Baten

589.006

553.606

726.796

689.995

-36.802

Saldo baten en lasten

27.767

-84.945

4.657

104.821

100.165

Toevoegingen

137.705

12.163

147.406

188.415

-41.009

Onttrekkingen

131.053

98.931

143.301

107.917

-35.383

Saldo mutaties reserves

-6.653

86.768

-4.106

-80.498

-76.392

Resultaat

21.114

1.823

551

24.324

23.773

In onderstaande tabel hebben wij de tien grootste afwijkingen tussen de begroting na de laatste wijziging en de gerealiseerde baten en lasten - na verrekening met reserves - opgenomen. Van het voordelig resultaat ten opzichte van de bijgestelde begroting van € 23,8 miljoen is € 7,8 miljoen te verklaren door de tien grootste afwijkingen. De overige verschillen resulteren in een positief resultaat van € 16,0 miljoen.
Voor een toelichting op de afwijkingen wordt verwezen naar de verschillenanalyse per programma in de programmaverantwoording. In het onderdeel Wat heeft het gekost? worden de afwijkingen groter dan € 100.000 toegelicht.

Tabel 25. De tien grootste afwijkingen (na verrekening met reserves)

(x € 1.000)

Bedrag

1.

Regionale Investeringssteun Groningen (RIG) 2014-2018

7.507

2.

Groot onderhoud en Restauratie Rijksmonumenten Groningen (GRRG)

4.544

3.

Voorziening Investeringsfonds Groningen BV (IFG)

-3.024

4.

Voorziening lening Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG)

-2.594

5.

Voorziening Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa)

-2.378

6.

Voorziening Saneringskosten steunpunten

-2.149

7.

Vervanging financieel systeem

1.956

8.

Resultaat rente (excl. nazorgmiddelen)

1.487

9.

Toerekening personele inzet infrastructurele investeringsprojecten (overheaddeel)

1.376

10.

Stikstof/biodiversiteit

1.047

Tien grootste afwijkingen

7.772

Overige afwijkingen

16.001

Gerealiseerd resultaat

23.773

Wij hebben hierna een toelichting gegeven op de tien grootste afwijkingen.

Tabel 26. Toelichting op de tien grootste afwijkingen

(x € 1.000)

Bedrag

1.

Regionale Investeringssteun Groningen (RIG) 2014-2018

7.507

De subsidieregelingen RIG 2014 tot en met 2018 zijn eind 2025 definitief afgerond. Van de totaal beschikbare middelen is € 7,5 miljoen vrijgevallen.

2.

Groot onderhoud en Restauratie Rijksmonumenten Groningen (GRRG)

4.544

In 2025 zijn minder aanvragen voor de GRRG binnengekomen dan vooraf verwacht. De niet bestede provinciale middelen worden via bestemming van het rekeningresultaat overgeboekt naar 2025.

3.

Voorziening Investeringsfonds Groningen BV (IFG)

-3.024

Uit de jaarrekening 2025 van Investeringsfonds Groningen BV (IFG) blijkt dat over 2025 een negatief resultaat is gerealiseerd van € 3,0 miljoen. Het gevolg is dat dit een negatief effect heeft op de marktwaarde van IFG en is daardoor lager dan onze boekwaarde. Dit betekent dat de gevormde voorziening IFG moet worden verhoogd met € 3,0 miljoen.

4.

Voorziening lening Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG)

-2.594

OZG heeft het Herstelplan 2025-2027 opgesteld om te komen tot een duurzaam financieel gezonde bedrijfsvoering. Onderdeel van het herstelplan is dat de belangrijkste stakeholders allen een wezenlijke financiële bijdrage leveren. Wij hebben in maart 2026 overeenstemming bereikt om een deel van de lening aan OZG kwijt te schelden. Deze ontwikkeling na balansdatum heeft ertoe geleid dat wij hiervoor nog in deze jaarstukken een voorziening hebben opgenomen van € 2.594.235.

5.

Voorziening Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa)

-2.378

De voorziening Appa betreft de pensioengelden opgebouwd door de oud-gedeputeerden en door de actieve GS-leden. Het gaat hier om het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen. Er is in 2025 € 2,4 miljoen extra toegevoegd aan de voorziening.
De Eerste Kamer heeft de regering bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) met een breed gedragen motie verzocht om de pensioenen van politici op dezelfde manier te regelen als voor de rest van Nederland. Deze pensioenen zijn nu apart wettelijk geregeld in de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). Het kabinet heeft in reactie op de motie aan het parlement voorgesteld om deze pensioenen per 1 januari 2028 via een wettelijke verplichting over te dragen aan Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). De Pensioenwet stelt fondsfinanciering verplicht. Om de overstap naar fondsfinanciering voor de Appa-pensioenen mogelijk te maken, is het noodzakelijk eerder opgebouwde pensioenaanspraken af te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan ABP, naar verwachting in 2027. Om de financiële gevolgen van de overgang van de pensioenen van gedeputeerden naar het nieuwe pensioenstelsel in te schatten is er een gezamenlijk onderzoek van het ministerie van BZK, IPO, VNG en Unie van Waterschappen uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek hebben wij in de Begroting 2026 € 2,39 miljoen opgenomen om de voorziening aan te vullen om de eenmalige kapitaalstorting aan ABP te kunnen voldoen.
Nu heeft de commissie BBV begin december 2025 een stellige uitspraak gedaan over de hoogte van de voorziening voor pensioenaanspraken voor politieke ambtsdragers. De commissie BBV heeft aangegeven de hoogte van de voorziening aan het eind van 2025 gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek (benodigd vermogen op basis van inkoop Wtp bij ABP) en rekening houdend met de gewijzigde verplichtingen over 2025. Dit betekent dus dat de voorziening eind 2025 reeds de omvang van het benodigde vermogen van inkoop bij ABP per 1 januari 2028 moet hebben, terwijl wij bij de Begroting 2026 ervanuit gingen dat de omvang pas in 2027 benodigd zou moeten zijn.
Op basis van de stellige uitspraak van de commissie BBV, de uitgangspunten uit de 'Circulaire aanpassingen Appa-pensioenen en inhoudingen 2026' van het ministerie van BZK en het onderzoek van 2025 heeft PROambt een berekening gemaakt van de benodigde omvang van de voorziening per 31 december 2025. Dit heeft geleid tot een extra toevoeging in 2025 van € 2,4 miljoen aan de voorziening Appa.
Bij de bestemming van het rekeningresultaat 2025 stellen wij voor om het in de Begroting 2026 opgenomen bedrag van € 2,39 miljoen aanwenden als dekking van het naar voren halen van het op peil brengen van de voorziening per 31 december 2025 in plaats van 31 december 2027.

6.

Voorziening Saneringskosten steunpunten

-2.149

Met de centralisatie van buitendienst op Roodehaan en het verlaten van de oude locaties van de steunpunten komen er mogelijk vastgoedtransacties op gang. Dit brengt ook de verplichting van het saneren van vervuilde bodem (grond en grondwater) met zich mee. Bij de voorbereidingen voor de verkoop van de verschillende locaties is vastgesteld dat op alle locaties, met uitzondering van voormalig Hoekloos en Oostersluisweg, de bodem in meer of mindere mate verontreinigd is met onder andere calciumchloride. Daardoor is het noodzakelijk de percelen, en eventueel omliggende verontreinigde gebieden, te saneren voordat zij van de hand worden gedaan. Inmiddels zijn de daarvoor benodigde bodemonderzoeken uitgevoerd en kunnen in overleg met het bevoegd gezag saneringsplannen worden opgesteld. Als die gereed zijn kunnen de kosten in kaart worden gebracht. Met betrekking tot de locatie Overschild, die wordt gehuurd van Rijkswaterstaat, hebben wij gelet op het contract vooruitlopend hierop een voorziening van € 2,1 miljoen gevormd ten laste van het rekeningresultaat.

7.

Vervanging financieel systeem

1.956

De implementatie van het nieuwe financieel systeem is na afronding van de aanbesteding in maart 2025 gestart. Begin 2025 is het besluit gecommuniceerd dat de livegang is verplaatst van 1 januari 2026 naar 1 januari 2027. De consequentie hiervan is dat het zwaartepunt van de implementatie niet in 2025, maar in 2026 ligt. In 2026 zal een groot beroep gedaan worden op kennis en capaciteit, zowel intern als extern. De resterende middelen (€ 1.956.000) worden via bestemming van het rekeningresultaat overgeboekt naar 2026.

8.

Resultaat rente (excl. nazorgmiddelen)

1.487

Het resultaat op het saldo van de rentebaten en -lasten exclusief de nazorgmiddelen is € 1,5 miljoen. Voor het grootste deel heeft dit betrekking op het uitzetten van de overtollige middelen, inclusief de middelen van de derde partijen, bij het Rijk in het kader van de treasurytaak. Ten opzichte van de uitgangspunten die bij de bijstelling van de begroting zijn gehanteerd, is een hoger volume weggezet tegen een iets hoger rentepercentage. Dit heeft ook geleid tot een hogere verrekening met de derde partijen. Zie voor een verdere toelichting de paragraaf Financiering.

9.

Toerekening personele inzet infrastructurele investeringsprojecten (overheaddeel)

1.376

Op basis van de werkelijke uren wordt de personele inzet toegerekend aan de infrastructurele investeringsprojecten. Hierbij wordt een gemiddeld uurtarief met een opslag voor overhead gehanteerd. De toerekening van de directe ureninzet is nagenoeg gelijk aan de begroting, maar als gevolg van een afwijkend overheadpercentage is er een verschil van bijna € 1,4 miljoen ontstaan. In de begroting 2025 is een te laag/onjuist opslagpercentage voor het overheaddeel gehanteerd.

10.

Stikstof/biodiversiteit

1.047

De uitgaven op het gebied van stikstof/biodiversiteit vallen € 1,05 miljoen lager uit dan begroot. Het budget is (grotendeels) beschikbaar gesteld als cofinanciering van rijksprogramma's. Het ontbreken van rijkskaders en -programma's is een gemis voor de uitvoering van grotere maatregelen in de provincie. Waar mogelijk zijn we wel gestart met pilots en ontwikkelen we samen met gebiedspartners een lerende aanpak van waaruit we kunnen opschalen. Daarnaast proberen we, waar mogelijk, bij de projecten die we uitvoeren de kosten ten laste te brengen van de door het Rijk beschikbaar gestelde SPUK's op het gebied van de stikstofmaatregelen. De niet bestede middelen vallen vrij ten gunste van het rekeningresultaat.

De afwijkingen op apparaatskosten en kapitaallasten worden niet per programma toegelicht maar op totaalniveau geanalyseerd. In de hiernavolgende onderdelen Verdeling en omvang apparaatskosten en Kosten van overhead staat de betreffende analyse.

In onderstaande tabel worden per reserve de afwijkingen ten opzichte van de begroting per programma weergegeven.

Tabel 27. Afwijkingen per reserve

(x € 1.000)

Begroting
2025
na wijziging

Realisatie
2025

Verschil

Ruimte en water

550

1.327

-777

Milieu en energie

2.679

3.021

-343

Platteland en natuur

4.754

14.780

-10.026

Bereikbaarheid

22.478

45.516

-23.038

Economie

43.891

46.903

-3.012

Cultuur en maatschappij

296

-296

Openbaar bestuur

311

318

-7

Algemene dekkingsmiddelen en bedrijfsvoering

72.745

76.254

-3.509

Toevoegingen

147.406

188.415

-41.009

Ruimte en water

1.736

1.178

-558

Milieu en energie

2.332

2.137

-195

Platteland en natuur

12.729

9.849

-2.879

Bereikbaarheid

78.505

49.253

-29.251

Economie

2.056

2.769

713

Cultuur en maatschappij

11.233

8.517

-2.717

Openbaar bestuur

1.003

914

-89

Algemene dekkingsmiddelen en bedrijfsvoering

33.708

33.301

-407

Onttrekkingen

143.301

107.917

-35.383

Saldo mutaties op reserves

-4.106

-80.498

-76.392

In onderstaand overzicht worden per reserve de afwijkingen ten opzichte van de begroting kort toegelicht. Voor een verdere toelichting op de betreffende afwijking wordt verwezen naar de verschillenanalyse op de baten en lasten per programma in de programmaverantwoording.

Tabel 28. Verschillenanalyse per reserve

(x € 1.000)

Toe-voegingen

Ont-trekkingen

Saldo verschillen

Algemene reserve

-

Programma 1. Ruimte en water

0

-23

-23

Een lagere besteding met betrekking tot de de kosten die niet binnen de grondexploitatie Blauwestad passen, zoals marketingkosten, heeft geleid tot een lagere onttrekking aan de Algemene reserve.

Totaal verschil

0

-23

-23

Automatisering

-

Programma 8. Algemene dekkingsmiddelen en bedrijfsvoering

-960

0

-960

Het saldo op de budgetten voor automatisering en informatievoorziening wordt verrekend met de reserve. Als gevolg van per saldo een onderbesteding op de budgetten 2025 is restant toegevoegd aan de reserve Automatisering.

Totaal verschil

-960

0

-960

Beheer en onderhoud wegen en waterwegen

-

Programma 4. Bereikbaarheid

-16.903

0

-16.903

Het resultaat op de budgetten van de Nota Infrastructurele Kapitaalgoederen 2025-2028 is verrekend met de reserve. Dit heeft geleid tot een toename van de reserve van € 16,9 miljoen. Voornaamste reden van deze toename is dat een groot deel van het onderhoud projectmatig wordt uitgevoerd en het projectbudget door allerlei oorzaken doorschuift naar 2026. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse bij programma 4.

Totaal verschil

-16.903

0

-16.903

Apparaatskosten personeel (AKP)

-

Programma 8. Algemene dekkingsmiddelen en bedrijfsvoering

-2.549

-407

-2.957

De mutatie bij dit programma heeft betrekking op de afsluiting 2025 van personele apparaatskosten. De verschillen in de personele apparaatskosten zijn bij alle programma's en zijn toegelicht in het onderdeel 1.2 Verdeling en omvang van apparaatskosten van deel 4.

Totaal verschil

-2.549

-407

-2.957

Bodem en ondergrond

-

Programma 2. Milieu en energie

0

133

133

De kosten voortkomend uit het Meerjarenprogramma Ondergrond en Bodem 2020-2025 zijn niet geraamd en zijn nu onttrokken aan de reserve.

Totaal verschil

0

133

133

Provinciale Meefinanciering

-

Programma 3. Platteland en natuur

0

235

235

De hogere onttrekking aan de reserve is per saldo het effect van het achterblijven van bestedingen als gevolg van langere besluitvorming bij de onderdelen natuurontwikkeling en Waddengebied en meer cofinancieringsverzoeken bij het onderdeel Landbouw.

-

Programma 5. Economie (excl. deel RSP-REP)

-2.405

1

-2.404

Het achterblijven van bestedingen als gevolg van langere besluitvorming bij de onderdelen marktsectoren en recreatie en toerisme heeft per saldo geleid tot toename van de reserve.

-

Programma 5. Economie (deel RSP-REP)

-627

800

174

De per saldo hogere mutatie op de reserve heeft met name betrekking op de niet geraamde bedragen voor de Investeringsagenda Ring Blauwestad en de hogere kosten van de Groninger Ondernemersregeling.

Totaal verschil

-3.032

1.036

-1.995

Leefbaarheid krimpgebieden

N.v.t.

0

0

0

Totaal verschil

0

0

0

Compensatie dividend Essent

-

Programma 1. Ruimte en water

-1.069

0

-1.069

Op basis van de door uw Staten vastgestelde Grondexploitatie Blauwestad 2026 is een deel van de voorziening Blauwestad verlaagd. De vrijval gaat, zoals we bij de voordracht bij de Rekening 2016 hebben aangegeven, terug naar de reserve.

Totaal verschil

-1.069

0

-1.069

Overboeking kredieten

-

Programma 1. Ruimte en water

-10

-156

-165

De opgenomen bedragen voor de uitvoeringskosten Omgevingswet en hydrologische maatregelen zijn in 2025 niet besteed. Dit heeft geleid tot een lagere aanwending van de reserve.

-

Programma 2. Milieu en energie

-343

-67

-410

De in 2025 ontvangen decentralisatie-uitkering Versterking vergunningverlening maatwerk (€ 237.900) is niet besteed en toegevoegd aan de reserve. Daarnaast zijn er diverse overige kleinere afwijkingen. Zie voor een nadere toelichting de verschillenanalyse van programma 2.

-

Programma 3. Platteland en natuur

-10

-2.758

-2.768

De afwijking wordt met name veroorzaakt door de niet bestede middelen van de Regiodeal natuurinclusieve landbouw (€ 2,1 miljoen). Zie de verschillenanalyse van programma 3 voor een nadere toelichting van de afwijkingen.

-

Programma 4. Bereikbaarheid

-2.826

-4.607

-7.433

De niet bestede middelen voor het OV-aanbod verbeteren op peil trein (€ 5,3 miljoen) en verbeteren toegankelijkheid OV (€ 2,0 miljoen) zijn de grootste afwijkingen. Zie de verschillenanalyse van programma 4 voor een nadere toelichting van de afwijkingen.

-

Programma 5. Economie

19

-88

-68

Per saldo geen grote afwijking, maar op de middelen voor NPG Regionale Investeringssteun Groningen is een onderbesteding van € 0,56 miljoen en Ontwikkeling Economische Agenda een overbesteding van € 0,59 miljoen. Zie voor een nadere toelichting de verschillenanalyse van programma 5.

-

Programma 6. Cultuur en maatschappij

-5

-2.717

-2.722

Met name de onderbesteding op de decentralisatie-uitkeringen voor Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap heeft geleid tot een lagere onttrekking aan de reserve. Zie de verschillenanalyse van programma 6 voor een nadere toelichting van de afwijkingen.

-

Programma 7. Openbaar bestuur

-7

-89

-97

Diverse kleinere afwijkingen

Totaal verschil

-3.181

-10.482

-13.663

Programma Landelijk Gebied (PLG)

-

Programma 1. Ruimte en water

302

-69

233

De afwijking heeft betrekking op het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) In 2025 zijn nog twee subsidie verstrekt die niet voorzien waren bij Najaarsmonitor en een lagere last en bate als gevolg van de lastneming projectsubsidies groter dan € 750.000 uit voorgaande jaren. Het verschil is verrekend met de reserve.

-

Programma 3. Platteland en natuur

-10.017

0

-10.017

De grootste afwijking heeft betrekking op het onderdeel Natuurnetwerk Groningen. Zie voor de overige verklaringen de toelichting bij programma 3. Als gevolg van per saldo lagere lasten bij programma 3 is € 10 miljoen extra toegevoegd aan de reserve.

-

Programma 6. Cultuur en maatschappij

-291

0

-291

Deze mutatie heeft betrekking op Sociaal-economische vitalisering (SEV) Oost (LEADER). De per saldo lagere besteding heeft geleid tot een lagere inzet van de reserve.

Totaal verschil

-10.006

-69

-10.075

Afschrijvingen

-

Programma 4. Bereikbaarheid

0

-64

-64

Als gevolg van een aantal correcties omdat er ten onrechte al is afgeschreven in voorgaande jaren, is ook een correctie op de reserve Afschrijvingen verwerkt. Dit is geconstateerd nadat de Najaarsmonitor 2025 al was opgesteld en dit niet meer kon worden verwerkt in de bijstelling van de begroting 2025.

-

Programma 8. Algemene dekkingsmiddelen en bedrijfsvoering

0

0

0

Totaal verschil

0

-64

-64

Wabo

N.v.t.

0

0

0

Totaal verschil

0

0

0

Investeringen in infrastructuur

-

Programma 4. Bereikbaarheid

-4.879

-12.096

-16.975

Als gevolg van diverse oorzaken zoals toegelicht bij programma 4, zijn er minder middelen besteed. Dit heeft geleid tot een hogere storting in en een lagere onttrekking aan de reserve.

Totaal verschil

-4.879

-12.096

-16.975

Risico's bij uitvoering van infrastructurele projecten

N.v.t.

0

0

0

Totaal verschil

0

0

0

Exploitatie openbaar vervoer, innovatieve en overige maatregelen

-

Programma 4. Bereikbaarheid

1.570

-12.485

-10.914

Als gevolg van diverse oorzaken zoals toegelicht bij programma 4, zijn er minder middelen besteed. Dit heeft geleid tot een lagere storting in en een lagere onttrekking aan de reserve.

Totaal verschil

1.570

-12.485

-10.914

Cofinancieringsfonds

-

Programma 1. Ruimte en water

0

-311

-311

Grotensdeels wordt dit verklaard door een subsidie van € 0,3 miljoen voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. De initiële start in 2025 is vertraagd naar 2026 waardoor de lastneming in 2026 plaats vindt.

-

Programma 2. Milieu en energie

0

-260

-260

Er is in 2025 minder gebruik gemaakt van e subsidieregeling voor het uitschakelen van obstakelverlichting met naderingsdetectie. De subsidieregeling is verlengd tot eind 2026.

-

Programma 3. Platteland en natuur

0

-356

-356

De besteding met betrekking tot het onderdeel Vitale kust/ Investeringskader Waddengebied (IKW) zijn in 2025 lager dan begroot. Voor een aantal grote gebiedsontwikkelingen en samenwerkingsverbanden (IKW) zijn een aantal grote reserveringen opgenomen die drukken op dit budget. Aangezien deze reserveringen drukken op het budget over meerdere jaren zijn we terughoudend met het toekennen van de middelen.

Totaal verschil

0

-927

-927

Totaal verschillen reservemutaties

-41.009

-35.383

-76.392

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 13:35:41 met de export van 05/20/2026 13:09:19