Wij hebben - samen met onze provinciale netwerkpartners - sinds drie jaar een beleid ingezet waarbij stimulering van de landbouwtransitie, een urgente stikstofaanpak en het bevorderen van de biodiversiteit centraal staan in het landelijk gebied. Onze partners hebben ons in een manifest opgeroepen om nog meer de regie te pakken en voortvarend aan de slag te gaan. In 2023 en 2024 hebben wij een intensief provinciedekkend gebiedsproces doorlopen. Bij het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en 60% van de beschikbare middelen hebben wij een afweging gemaakt om wel of niet doorgang te laten plaatsvinden van de gebiedsprocessen en het opstellen van een Gebiedsplan. Hiertoe is in beide gevallen besloten om wel door te gaan en een en ander ook af te ronden. Dit uit respect voor de gebieden, het besef dat de problematiek niet weg is en het vastleggen van behaalde resultaten. Dit heeft geresulteerd in zeven deelgebiedsplannen en dit samengebracht in een Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied Groningen. Tevens zijn er vier adviezen van de beide Overlegtafels (Overheden en Landbouw/Natuur) afgegeven waarin in positieve bewoordingen over het doorlopen proces en Gebiedsplan is geadviseerd.
In het Gebiedsplan is tevens veel aandacht geweest voor de sociaal-economische effecten van de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Ook is een notitie Bedrijfseconomische situatie Landbouw opgesteld om een goed beeld te hebben van de inkomenssituatie, mede met het oog op het uitfaseren van de derogatie.
In 2024 is een Maatregelenpakket met het Rijk overeengekomen van € 60 miljoen voor Groningen. Dit zal uitgewerkt worden in een voortzetting innovatiesubsidieprogramma stikstof (laaghangend fruit) (€ 40 miljoen), een mestvergistingspilot (€ 7 miljoen) en maatregelen rondom het Liefstinghsbroek (€ 13 miljoen). Vanwege de Rendac-uitspraak van de Raad van State is het realiseren van laaghangend fruit en de monomestvergistingspilot complexer geworden. In 2025 zijn middelen ingezet voor het vervolg van het Meetnet Liefstinghsbroek een samenwerkingsverband van wetenschappelijke partners en overheden. Verder is er nader onderzoek gedaan naar effecten op emissiereductie van ammoniak van het toevoegen van additieven aan mest. In het kader van het project Triple P+ (biologisch aanzuren van mest en monomestvergisting) is doorgewerkt, net als bij Laaghangend Fruit in noordelijk verband, aan onderzoeksvragen om te kunnen starten met de uitvoering van dit maatregelpakket.
In 2025 hebben we contacten met de deelgebieden onderhouden door initiatieven te faciliteren en een lobby te starten richting de nieuwe aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur (RLN). Ondanks aanpassingen aan het NPLG blijft het Programma Natuur - voortkomend uit de Wet stikstofreductie en natuurherstel - doorlopen tot 2032.
In het afgelopen jaar hebben wij initiatieven van onderop gefaciliteerd. De Gebiedsofferte van de collectieven West- en Midden-Groningen is doorontwikkeld en gehonoreerd met een financiering van € 12,3 miljoen, waarbij voorlopig € 2,8 miljoen via een decentralisatie-uitkering naar ons is overgemaakt. In de Gebiedsofferte stellen we samen met de collectieven beheerpakketten op die ook naast het reguliere ANLB door boeren langjarig beheerd kunnen worden. Met betrokkenen uit het deelgebied Centrale Woldgebied en Duurswold is een waterstudie in gang gezet om de hydrologische en waterhuishoudkundige mogelijkheden en effecten te bepalen voor het gebied en het totale watersysteem van Groningen.
Het project Triple P+ is gestart. Er is gewerkt aan een doelsturingsaanpak, waarvoor in 2026 gebiedspilots kunnen worden gestart. In de Veenkoloniën is in een samenwerking tussen Innovatie Veenkoloniën en Agenda voor de Veenkoloniën gewerkt aan een gebiedsprogramma om uitvoering te geven aan het gebiedsplan. Deze provinciegrens overstijgende samenwerking is bekrachtigd met de ondertekening van een intentieovereenkomst. In het deelgebied Gorecht is als pilot gewerkt aan het vormgeven van een gebiedstafel, waarin de samenwerking zoals die is gestart in de gebiedsprocessen richting uitvoering van projecten verder vorm en inhoud krijgt.