Bijlagen

Voortgangsrapportages en jaarverslagen

1. Inleiding

Dit VTH-jaarverslag 2025 sluit aan op het VTH-jaarprogramma 2025. De wetgever heeft aan het college van Gedeputeerde Staten (GS) taken toebedeeld. In het programma hebben wij de wettelijke activiteiten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) samengebracht. Sinds 2024 is de Omgevingswet (Ow) ingevoerd. Oude wetten zijn daar (deels) in opgenomen. Voor de uitvoering van wettelijke taken voor VTH is de volgende wet- en regelgeving van toepassing. Dit is hieronder in figuur 1. per taakveld, waarvoor de provincie het bevoegd gezag is, onderverdeeld:

Figuur 1. Wet- en regelgeving

  TAAKVELDEN (/WET- EN REGELGEVING)

VERGUNNINGVERLENING & ONTHEFFING

TOEZICHT & HANDHAVING

Omgevingswet, (voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) *

Provincie Groningen/
ODG/Seveso Noord

Provincie Groningen/
ODG/Seveso Noord

Omgevingswet (voorheen Waterwet) *

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Wet Milieubeheer (nazorg stortplaatsen)

Provincie Groningen/ODG

Provincie Groningen/ODG

Omgevingswet (voorheen Wet bodembescherming) *

Besluit bodemkwaliteit

Provincie Groningen/ODG

Provincie Groningen/ODG

Vuurwerkbesluit/ontbrandingen
Vuurwerkbesluit/coördinatie **

Provincie  Groningen
Provincie Groningen

Provincie Groningen  Provincie Groningen

Omgevingswet (voorheen Ontgrondingenwet) *

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming) *

Wadloopverordening

Provincie Groningen
Provinsje Fryslân

Provincie Groningen
Provincie Groningen

Wegen en vaarwegen

Scheepvaartverkeerswet

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Binnenvaartwet

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Wrakkenwet

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Wegenwet

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Wegenverkeerswet

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Omgevingswet (voorheen Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden) *

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Wet luchtvaart

Provincie Groningen

Provincie Groningen

Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens

Provincie Groningen

Provincie Groningen

* Voor de taakvelden waarvan wet- en regelgeving (deels) zijn opgegaan in de Omgevingswet geldt overgangsrecht voor de procedures die voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gestart. Daarvan zijn er in 2024 nog veel, dus is oud recht daarop nog van toepassing;
** GS zijn bevoegd gezag voor zeer grote opslagen van consumentenvuurwerk (IPPC/Seveso). In onze provincie zijn momenteel geen IPPC/Seveso-vuurwerkopslaginrichtingen gevestigd.

Om de kwaliteit van de leefomgeving in Groningen te verbeteren en in stand te houden voeren wij een groot aantal activiteiten uit. Naast planvorming, realisatie en subsidieverlening bewerkstelligen wij onze beleidsdoelen met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarmee willen wij milieuhinderlijke activiteiten voorkomen, natuurwaarden behouden, de biodiversiteit beschermen, de fysieke veiligheid borgen, de verkeersveiligheid bevorderen en gezondheidsrisico's minimaliseren.

Ons jaarprogramma voor VTH en ons VTH-jaarverslag hebben betrekking op de uitvoering van de beleidscyclus, onder planning & rapportage.

Figuur 2. Beleidscyclus
Plek van het jaarverslag in de beleidscyclus (zie groene pijl)

 

Voor VTH zijn de volgende strategische, en tactische en operationele beleidsdocumenten van belang:

Strategische beleidskaders:

  • Economische visie provincie Groningen;
  • Leefbaarheidsvisie provincie Groningen;
  • Omgevingsvisie provincie Groningen;

Tactische en operationele beleidskaders:

  • Aanvullende beleidsnota, "Oude Groninger dijken, deel 2" maart 1992
  • Amendement PS naar aanleiding van rapport 'Grip op Brzo-bedrijven' van de Noordelijke Rekenkamer, d.d. 26 september 2016
  • Beleidsnota "Afgegraven en weer aangevuld" 2003
  • Beleidsnota "Dijken die niet mogen wijken" d.d. 14-09-1992;
  • Beleidsnota ''Oude Groninger dijken deel I'' 1984;
  • Beleidsnotitie Fauna en Flora 2018, d.d. 3 oktober 2018;
  • Beleidsregel Watervergunning en bodemsystemen, d.d. 14 maart 2023;
  • Coalitieakkoord 2019-2023, d.d. 20 mei 2019;
  • Kadernota Beleidsontwikkeling aanpak ondermijning en weerbare provincie Groningen 2024-2028, d.d. 24 april 2024
  • Kennisdocument Effecten van vuurwerk op gehouden en wilde dieren in Groningen (Onderzoek naar effecten op diersoorten beschermd via het Vuurwerkbesluit; inclusief Beslisbomen)
  • Kennisdocument Vuurwerk en Wet natuurbescherming (met de daarbij behorende Handreiking Vuurwerk en Vogels) (IPO);
  • Landelijke Aanpak Toezicht Risicovolle Bedrijven (LAT RB), d.d. 14 januari 2013;
  • Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO);
  • Meerjarenprogramma Ondergrond en Bodem 2020-2025, d.d. 3 november 2020;
  • Milieuprogramma provincie Groningen d.d. 6 juli 2022;
  • Noordelijke Maat voor de uitvoering van het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4);
  • Nota Ondergrond 2020-2025, d.d. 30 september 2020;
  • Risicoanalyse vuurwerkevenementen en -voorstellingen Provincie Groningen 2019;
  • Structuurvisie Eemsmond - Delfzijl 2017-2035, d.d. 19 april 2017;
  • Uitvoering en handhavingsstrategie 2023-2027
  • Verordening hergebruik stedelijk afvalwater d.d. 15 juli 2023;
  • VTH-beleid voor de deelonderwerpen: de Wet natuurbescherming, de Wadloopverordening, de Waterwet, Wegen en vaarwegen en de Wet Hygiëne en veiligheid badinrichtingen en Zwemgelegenheden (2022), zie het Provinciaal Blad van Groningen 2022;

De wetgever heeft ons verplicht de gerelateerde VTH-activiteiten te prioriteren en te beschrijven in een VTH-jaarprogramma. Wij hebben gekozen voor het opstellen van een integraal programma en daarin de programmering van de VTH-activiteiten van de Omgevingswet en die van de andere voornoemde wetten en besluiten gebundeld. Onze resultaten hebben wij bereikt door de inzet van medewerkers van Omgevingsdienst Groningen (ODG), natuurorganisaties en eigen medewerkers. Ook de samenwerking met andere overheden en overheidsdiensten heeft bijgedragen aan de resultaten. De resultaten zijn in het volgende hoofdstuk per wet toegelicht. In de bijlage treft u de gerealiseerde aantallen vergunningen, toezichtbezoeken en handhavingsbesluiten.  

2. Uitvoering

Sinds 1 januari 2022 is het domein Uitvoering met daarin het basisteam VTH operationeel. In het team werken de medewerkers van het Loket VTH samen met de deskundigen in de backoffice. Het loket vervult de centrale rol voor de administratieve behandeling van de inkomende en uitgaande VTH-zaken. De vakinhoudelijke werkzaamheden worden gedaan door de medewerkers van de backoffice en ODG.  

Figuur 3. DSO-verzoeken, waaronder vergunningaanvragen in 2024 en 2025 bij de provincie Groningen

Het betreft hier aanvragen voor zowel de thuistaken van de provincie als de VTH-taken die bij ODG zijn berust, ofwel alle aanvragen waarvoor het college bevoegd gezag is.

2.1 Algemene zaken team VTH

In deze paragraaf worden enkele relevante algemene zaken die van toepassing zijn op team VTH uiteengezet.

Omgevingswet
De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 in werking en inmiddels zijn de overheden hierop ingericht. Alle DSO-verzoeken kunnen worden geanalyseerd om inzicht te geven in het werken onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld komen meervoudige aanvragen terecht bij het juiste bevoegd gezag. Soms leidt dit inzicht tot aanvullende gespreken met ketenpartners. Landelijk worden tijdelijke voorzieningen gepland afgebouwd, zoals de TAM Verzoeken monitor (TAM = Tijdelijke Alternatieve Maatregel). Dit betekent dat we zelf aan de slag gaan om deze functionaliteiten te leveren.

DSO
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) functioneert over het algemeen stabiel. Het aantal DSO verzoeken dat binnenkomt bij team VTH neemt over de jaren toe. Bedrijven raken meer bekend met het indienen van een aanvraag. Toch is het indienen van een aanvraag en het doorlopen van de vergunningcheck soms complex voor burgers en bedrijven. Er wordt op verschillende niveaus gewerkt om de dienstverlening te verbeteren. Ook de provincie geeft waar mogelijk verbetervoorstellen.
De koppeling tussen het DSO en provincie is ingericht, zodat de aanvragen worden afgeleverd bij het loket VTH. Het loket VTH heeft werkafspraken opgesteld over hoe een aanvraag wordt opgepakt. Een belangrijke stap in het proces is de triage, waarin door een aantal betrokkenen (vanuit team VTH, team Ruimtelijke ontwikkeling en team Juridische Zaken) de aanvragen aan de voorkant beoordelen ('wat wordt aangevraagd?', 'zijn wij bevoegd gezag?', 'wie moet de aanvraag in behandeling nemen?'), zodat de procedures worden behandeld.

Team VTH heeft twee DSO-specialisten, namelijk een regelanalist en een DSO-ketenadviseur. Beiden spelen een belangrijke rol bij het inzetten van de nieuwe Omgevingswetinstrumenten. Voor het werken met de deze instrumenten zijn in 2025 de processen beschreven. Inmiddels zijn diverse provinciale instrumenten ingezet met ondersteuning van de DSO-ketenadviseur, zoals de provinciale Verordening, Omgevingsvisie en meerdere programma’s. De regelanalisten in de regio van provincie Groningen hebben een regulier overleg ingesteld om samen te werken bij het opstellen van Toepasbare Regels.

Na de invoering van de Omgevingswet en daarmee de uitrol van het DSO is te zien dat er gaandeweg meer aanvragen in het DSO werden gedaan. In figu ur 3 is een stijgende lijn in het aantal aanvragen te zien. Dat is in lijn met de landelijke trend, zoals te zien in figuur 4.

Figuur 4. DSO-verzoeken voor iedere provincie in 2024 en 2025

Het betreft hier aanvragen voor alle provincies in Nederland in 2024 en 2025, met uitzondering van december 2025, die in het omgevingsloket zijn aangevraagd. Het is mogelijk dat aanvragen ook via andere kanalen, bijvoorbeeld per e-mail binnenkomen, dus deze afbeelding illustreert niet de exacte data. Het gaat erom de algehele trend van toenemende DSO-verzoeken te tonen, sinds de invoering van de Omgevingswet en het daarbij horende omgevingsloket waar initiatiefnemers onder andere vergunningaanvragen en meldingen kunnen doen.

Toepasbare regels
Voor alle activiteiten uit de Provinciale Omgevingsverordening (POV) zijn in het Omgevingsloket (DSO) passende vergunningchecks en aanvraagformulieren beschikbaar. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze checks en formulieren regelmatig getest en doorontwikkeld om de begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid te vergroten.

In de periode eind 2026/begin 2027 wordt de POV beleidsrijk herzien. Deze herziening vraagt om nieuwe vergunningchecks en aanvraagformulieren in het DSO. De regelanalist speelt hierbij een centrale rol door de activiteiten in de POV zo te formuleren dat deze goed kunnen worden vertaald naar toepasbare regels in het Omgevingsloket.

VTH-systeem provincie Groningen
Binnen de provincie is gewerkt aan het inrichten van het nieuwe VTH-systeem Mozard, dat gekoppeld is aan het DSO. Er zijn trainingen gegeven aan key-users en andere gebruikers. Ook zijn werkinstructies opgesteld voor het werken met het nieuwe VTH-systeem. Mozard zal in 2026 in gebruik worden genomen.

2.2 VTH-taken van Omgevingsdienst Groningen (ODG)

Deze paragraaf beschrijft de verantwoording van onze VTH-taken die voortvloeien uit de Omgevingswet en de onderlinge afspraken met Omgevingsdienst Groningen (ODG) over de uitvoering van de VTH-taken.

2.2.1 VTH-taken
Met VTH reguleren wij bedrijfsactiviteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Het VTH-beleid volgt vooral uit het Europese en nationale milieubeleid. Wij hebben het aangevuld met provinciaal beleid. In onze rol als opdrachtgever voor ODG sturen wij vooral op output. Dit betekent dat wij sturen op de realisatie en kwaliteit van vooraf afgesproken producten en diensten. De diensten zijn opgenomen in de producten- en dienstencatalogus (PDC) van ODG en de Noordelijke Maat van de drie noordelijke provincies. De PDC is in 2025 aangepast en de doorontwikkeling wordt in 2026 doorgezet.

De ODG heeft voor ons werkzaamheden uitgevoerd op grond van het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Groningen 2024, de dienstverleningsovereenkomst (DVO) en de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. In de DVO wordt ODG opdracht verleend tot de uitvoering van het basistakenpakket, het milieutakenpakket, het bouwtakenpakket, het RIE4- en Seveso-takenpakket, en overige adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden. ODG heeft de VTH-taken voor de technische bouwactiviteiten uitbesteed aan de gemeente Groningen.

GS is het bevoegd gezag voor ca. 150 zogenaamde 'complexe' bedrijven (ca. 110 bedrijven in de sectoren industrie en energie en ca. 40 bedrijven in de afvalbranche). Dit betreft de 'reguliere milieubedrijven'. Wij zijn ook bevoegd gezag voor 37 vergunde Seveso-inrichtingen, waarvan er 13 ook een RIE-4-status hebben en voor 22 RIE-4 bedrijven (peildatum 1 november 2025). Seveso-inrichtingen zijn bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven die werken met milieuverontreinigende stoffen.

2.2.2 Uitvoering VTH-taken door ODG in 2025
De primaire processen en werkzaamheden van ODG hebben betrekking op vergunningverlening, toezicht & handhaving, en advisering. Hieronder volgen belangrijke aspecten die in 2025 van invloed waren op de dienstverlening van ODG. Door het ontbreken van relevante data vanwege een gebrekkig VTH-systeem is er geen (kwantitatief) overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden door ODG.

2.2.2.1 Algemene zaken
In het algemeen stond 2025 in het teken van het verder professionaliseren van de taken sinds de invoering van de Omgevingswet. Hoewel het aantal basistaken niet toenam, werd wel meer werkdruk ervaren door toenemende administratieve druk en complexiteit. Het aantal bedrijven waarvoor GS bevoegd is, beslaat slechts 3% van het totaal aantal bedrijven van alle deelnemers – waaronder andere gemeenten – waarvoor ODG werkt. ODG zet daarentegen wel ca. 23% van de totale ureninzet (van reguliere, niet-Seveso werkzaamheden) in voor werkzaamheden voor de provincie Groningen. De overige ca. 67% wordt voor rekening genomen door de 10 gemeenten in de provincie.

VTH-systeem ODG
Hoewel de Omgevingswet is geland in de dagelijkse werkzaamheden vraagt dit blijvend om nadere duiding, prioritering en samenwerking met o.a. de provincie Groningen. Er is flink ingezet op de informatievoorziening, met als grote verandering de implementatie van een nieuw VTH-systeem, dat moet bijdragen aan het geven van meer sturing en verantwoording.

Rapportages ODG
ODG rapporteert jaarlijks over de producten en diensten die zij hebben geleverd aan de provincie. Deze rapportages draaien zij uit via het VTH-systeem. In 2024 is een VTH-systeem, zowel bij de provincie als ODG, in gebruik genomen dat niet werkbaar is gebleken. ODG heeft dit systeem tot eind 2025 gebruikt. Hierdoor zijn de geleverde diensten van 2025 niet inzichtelijk. Inmiddels is een nieuw VTH-systeem in gebruik. De verwachting is dat dit systeem naar behoren werkt en relevante data voor de komende jaren inzichtelijk kan maken.

Versterking capaciteit
Sinds enkele jaren is ODG onderbezet en overbelast. Er is flink ingezet op het werven van medewerkers. Om nieuwe collega’s te werven werden opleidingsprogramma’s aangeboden in samenwerking met de omgevingsdiensten van de provincie Drenthe en provinsje Fryslân. Daarnaast wordt met het plan van aanpak motie 61 vanuit de provincie ingezet op het aantrekken van nieuwe medewerkers om de capaciteit te versterken.

Dossiers met bestuurlijke aandacht
ODG werkt aan dossiers die op het gebied van vergunningverlening, toezicht of handhaving extra inzet vragen van ODG en de provincie. Deze dossiers zijn complex en bestuurlijk gevoelig vanwege onder andere (lang)lopende procedures, een duidelijk aanwezige hindersituatie, samenloop met gemeentelijke problematiek en een actieve omgeving. Deze dossiers worden in samenspraak met ODG nauwlettend gevolgd door de provincie. Voor 2025 betroffen dit de dossiers van de bedrijven PreZero, Nedmag, Driebond AZC, Cosun, ChemCom, ESD, RWE, Green Box Computing, J. Wildeman Storage & Logistics en Circtec. Daarnaast is van een aantal bedrijven de dossiers potentieel bestuurlijk gevoelig, te weten Eska, NNRD, BioBTX, SkyNRG, datacentra (in het algemeen).

2.2.2.2 Uitvoering VTH- en adviestaken in 2025
Hieronder zijn de VTH- en adviestaken die ODG namens GS in 2025 heeft uitgevoerd op hoofdlijnen geschetst.

Vergunningverlening
De overgang van oude wetgeving naar de Omgevingswet werd in 2025 minder merkbaar. Waar in 2024 nog veel vergunningprocedures onder het oude recht werden behandeld, werden in 2025 steeds meer procedures onder de huidige wet- en regelgeving behandeld. Er is stijgende trend te zien in aanvragen bij de provincie voor alle thema’s (figuur 2). Dit geldt ook voor vergunningaanvragen voor milieubelastende activiteiten (mba’s). Een integrale beoordeling van mba’s staat centraal.

Het is van belang bestaande vergunningen actueel te houden om risico’s in de fysieke leefomgeving te beperken. ODG zet hierop in door middel van het Meerjarenactualisatieprogramma (MAP). In 2025 is een (financiële) impuls door middel van het plan van aanpak motie 61 (PvA motie 61) vastgesteld. Hieruit vloeien middelen voort, die ODG extra moet ondersteunen bij het actualiseren van vergunningen en in lijn te brengen met actuele wet- en regelgeving.

Verder vroegen complexe thema’s als einde-afvalstatus, ZZS en stikstof om verdieping in het toepassen van de best beschikbare technieken (BBT) bij vergunningverlening. De balans tussen snelheid van het doorlopen van een vergunningprocedure en de kwaliteit van een vergunning blijft een belangrijk aandachtspunt. Dit houdt onder andere verband met de capaciteit van personele inzet van ODG.

Toezicht & handhaving
Met de Omgevingswet vond binnen toezicht & handhaving een verschuiving plaats van regelgericht naar zorgplichtgericht. De Omgevingswet kent een algemene zorgplicht, een algemeen verbod en een specifieke zorgplicht. Deze moeten ervoor zorgen dat overheid, bedrijven en burgers samen verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). De LHSO is op aangesloten op de Omgevingswet en de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht is beter geborgd. Deze strategie zorgt ervoor dat handhavende instanties, waaronder de ODG, op een uniforme manier optreden bij overtredingen.

ODG heeft in 2025 op meerdere belangrijke, bestuurlijk-gevoelige dossiers, nauw samengewerkt met team VTH en schoof daarbij vaker dan eens aan bij het portefeuillehoudersoverleg (PO) VTH om nadere toelichting aan de gedeputeerde te kunnen geven.

Advisering
ODG adviseert de provincie over uiteenlopende zaken, bijvoorbeeld over lucht, geluid, externe veiligheid en juridisch advies. De inzet op advisering voor Woo-verzoeken die de provincie ontvangt, neemt de afgelopen jaren toe. Dit zorgde er in 2025 voor dat de adviesrol intensiever werd.
Ook in 2025 werd een toename in de complexiteit van vraagstukken ervaren en de juridisering van processen. Dit zorgde voor een hogere werkdruk bij adviseurs en juristen.

Werkzaamheden uitgelicht

Hieronder worden enkele werkzaamheden uitgelicht die ODG namens GS uitvoert of waarbij de provincie en ODG nauw samenwerken.

Rapportage risico afvalstoffenbedrijven
ODG rapporteert ons twee keer per jaar over het financieel risico van de opslag van afvalstoffen bij afvalbedrijven waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. De focus ligt op bedrijven die meer dan € 1.000.000 aan negatief gewaardeerd afval binnen de inrichting hebben opgeslagen. Wij hebben in 2025 de rapportages ontvangen en vertrouwelijk behandeld. De (mogelijke) financiële last voor de provincie is ingeschat en de inschatting is betrokken bij de vaststelling van de omvang van ons weerstandsvermogen.  

Piketdienst
De 24-uurs piketdienst van ODG ontvangt en behandelt acute en niet acute burgermeldingen over (overlast) en ongewone voorvallen binnen inrichtingen. Maandelijks ontvangen wij van ODG het overzicht van de burgermeldingen en -klachten, en meldingen ongewone voorvallen. Klachten die het piket behandelt, worden doorgaans veroorzaakt door overlastsituaties van bedrijfsprocessen. Omwonenden hebben daarvan hinder ervaren.

Toezicht op energiebesparing bij grootverbruikers
Van 2017 tot 2021 is energiebesparing als project uitgevoerd door ODG. Sindsdien is het geen apart project, maar is energietoezicht onderdeel van het reguliere toezicht dat ODG uitvoert. In het hoofdlijnenakkoord van het in 2023 gevormde college van Gedeputeerde Staten is aangegeven dat erop toegezien gaat worden dat bedrijven maatregelen nemen om energie te besparen. De provinciale bedrijven zijn sinds 2018-2019 verplicht om elke vier jaar met energierapporten en uitvoeringsplannen aan te geven op welke manier zij gaan voldoen aan BBT (best beschikbare technieken). Dit is van toepassing op bedrijven, onder provinciaal toezicht, met een verbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m³ gas. Het gaat hierbij om maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. In 2025 is door ODG toegezien op uitvoering van deze rapporten en plannen. Het Rijk heeft voor de periode 2022-2026 de SPUK-THE (Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) aan de ODG verstrekt, zodat zij het energietoezicht kunnen vormgeven en versterken. De ODG heeft medewerkers geworven en opgeleid op om het toezicht op energiebesparing bij bedrijven te kunnen intensiveren.

Momenteel loopt de periode 2023-2027 waarin bedrijven met een energiebesparingsplicht eenmaal worden bezocht door de toezichthouder. In 2025 heeft ODG 25 van de totaal 102 locaties bezocht, waarvan 17 onderzoeksplichtige en 8 informatieplichtige bedrijven.

2.2.3 Projecten
In het Integraal VTH Jaarprogramma 2025 zijn projecten opgenomen. Deze vloeien voort uit de jaaropdracht. Ze zijn in samenwerking met ODG uitgevoerd. Hieronder zijn deze beschreven.  

2.2.3.1 Projecten vergunningverlening, toezicht en handhaving

Aanpak (potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen ((p)ZZS)
In IPO-verband is afgesproken eind 2020 helder te hebben hoe de vergunnings- en emissiesituatie voor deze stoffen is. De (chemische) bedrijven hebben ons hun inventarisaties toegezonden. De specialisten Lucht en de toezichthouders van ODG hebben ze in 2020 beoordeeld en de Statenleden hebben we in 2021 schriftelijk en mondeling geïnformeerd over de aanpak van ZZS.
Voor afvalbedrijven blijkt de ZZS-inventarisatie ingewikkeld. Wij zijn hierover in IPO-verband in overleg getreden met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarop is ingestemd met een inventarisatie in twee fases. In de eerste fase wordt een dossieronderzoek uitgevoerd waarbij wordt gekeken in welke afvalstromen ZZS voor kunnen komen en of de betreffende ZZS in de lucht of het water kunnen komen. De meeste afvalbedrijven hebben deze fase afgerond. Op basis daarvan besluiten wij of een tweede fase nodig is waarin de emissie naar de lucht en de waterlozingen moet worden beschouwd. Vanuit IPO verband is in 2025 opdracht aan omgevingsdiensten gegeven een algemene uitvraag te doen naar VRP's bij afvalbedrijven. Het uitvragen en beoordelen van deze VRP's vergt extra capaciteit van de ODG. Hiermee is rekening gehouden in het Plan van Aanpak motie 61 qua financiering. In 2026 wordt het definitieve plan van aanpak ZZS van de ODG verwacht.

Circulaire economie
In 2022 is voor 15 Groningse bedrijventerreinen de circulaire potentie van grondstoffen en materialen die nu nog als ‘afval’ worden afgevoerd, onderzocht. Het onderzoek draagt bij aan de ambities om de circulaire transitie in de Groningse economie te versnellen en het uitwisselen van grondstoffen tussen bedrijven te bevorderen. Het is namelijk een landelijk doel om in Nederland in 2050 een 100% circulaire economie te hebben, en om in 2030 het primaire grondstoffengebruik (mineralen, metalen en fossiel) met 50% te verminderen. Om die doelstelling te behalen, is er nog een flinke weg te gaan, zo blijkt bijvoorbeeld uit de tweejaarlijkse voortgangsrapportage van het PBL (ICER 2021).

De circulaire transitie binnen het bedrijfsleven laat zich op provinciaal niveau niet makkelijk sturen. Wet- en regelgeving voor bedrijven wordt vaak op Europees of nationaal niveau gemaakt. Op regionaal niveau is het des te belangrijker om verbinding te zoeken met degenen die daadwerkelijk de stap naar circulariteit moeten zetten en gericht te kijken hoe zij gefaciliteerd en gestimuleerd kunnen worden. Eind 2022 is Stec Groep/New Economy gevraagd een inventarisatie uit te voeren onder de bedrijven en gemeenten om te peilen hoe de provincie hun het beste kan faciliteren en stimuleren. Hierbij is een website Circulair.biz ontwikkeld en deze is in 2023, aan de hand van LMA-gegevens, geactualiseerd. Met de resultaten van de inventarisatie kunnen wij het beleid en de uitvoering verder vormgeven. Dit project heeft in 2024 een vervolg gekregen en is opdracht verleend aan Circulair Groningen Drenthe om op een aantal bedrijfsterreinen in Groningen vervolgstappen te zetten.  

Afvalmonitoring
De provincie werkte in 2024 en 2025 aan het opzetten van afvalmonitoring. Er is gewerkt aan een actueel en on demand overzicht van de soort, hoeveelheid verwerkingsmogelijkheden, mogelijke milieubelasting (incl. aanwezigheid ZZS) en waarde van secundaire grondstof per bedrijf in Groningen. Hiervoor heeft Geofluxus een afvalmonitoringssysteem opgezet waarmee aan de hand van Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) data de verschillende afvalstromen in onze provincie zijn te monitoren. Eind 2025 is de pilot verder uitgebreid door, in samenwerking met in ieder geval vereniging Circulair Groningen Drenthe, te verkennen of het detailniveau van de afvalmonitor daadwerkelijk meerwaarde biedt ten opzichte van geaggregeerde LMA-data, op basis van concrete resultaten.

Financiële zekerheidstelling Seveso-inrichtingen en afvalverwerkende mba's
In 2023 heeft de BAC-leefomgeving de handreiking en beleidsregels financiële zekerheidstelling vastgesteld. De provincie Groningen heeft hiervoor beleid en de beleidsregels vastgesteld in haar Milieuprogramma. In 2024-2026 wordt een pilot uitgevoerd om ervaring op te doen met de inzet van dit beleid en de handreiking om meer inzicht te krijgen in de juridische, financiële, organisatorische gevolgen van financiële zekerheid. Dit inzicht vormt de input voor eventuele beleidswijzigingen.

Sinds 1 januari 2024 is hard gewerkt om uitvoering te geven aan het instrument financiële zekerheidsstelling. Op basis van de criteria uit de beleidsregel die de provincie heeft vastgesteld zijn vier pilotbedrijven geselecteerd: één Seveso-bedrijf en drie afvalbedrijven. Volgens de landelijk voorgeschreven methodiek is voor deze pilotbedrijven de hoogte van het bedrag berekend waarvoor financiële zekerheid moet worden gesteld. Met één Seveso-bedrijf zijn vervolgens de gesprekken gestart over de vorm waarin deze zekerheid gesteld kan worden. De financiële zekerheidsstelling zal worden vastgelegd in een ambtshalve wijziging van de vergunning van het bedrijf.

Met betrekking tot de afvalbedrijven is het beeld op basis van de eerste ervaringen dat het stellen van financiële zekerheid complexer zal zijn voor Seveso/RIE4-bedrijven. Dit signaal is gedeeld in de tussenevaluatie die door een adviesbureau namens het IPO is opgesteld en in het Bestuurlijk Omgevingsberaad wordt besproken. De definitieve eindevaluatie wordt in 2026 verwacht.

Verkenning herijking onderzoek zware metalen Eems-Dollard en meetnet Oosterhorn
In het kader van het gebiedsgerichte milieubeleid in de Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl is onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit rondom Oosterhorn en de bijdrage van bedrijven aan de totaalbelasting van zware metalen op het Eems-Dollardgebied. ODG is gezien haar rol bij de oorspronkelijke onderzoeken een belangrijke kennispartner als het gaat om continuïteit en       inhoudelijke advisering ten aanzien van eventueel voortzetten/herijken van deze onderzoeken.

Emissiepuntenregistratiesysteem
De provincie heeft opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een emissiepuntenregistratiesysteem (EPRS) met als doel “een altijd actueel overzicht van geldende wet- en regelgeving per emissiepunt” te realiseren. Zowel gegevensinput als inhoudelijk advies van ODG zijn van groot belang voor het slagen van het project. Het bureau Tauw heeft een plan van aanpak opgesteld voor het EPRS. Het project heeft in 2025 enige vertraging opgelopen, maar zal in 2026 een vervolg krijgen.

Noordelijk Overleg Afvalcontroles (NOA-controles)
NOA-controles zijn thematische integrale transportcontroles milieu. De controles worden jaarlijks uitgevoerd in de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe. De deelnemende overheden (politie, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), NVWA, Douane, ODG, RUDD en FUMO) bepalen vooraf welke transporten en welke transportbedrijven interessant zijn om te controleren. Er zijn geen data voor 2025.

Externe veiligheid
In 2024 heeft de ODG een kennisbijeenkomst voor RO- en milieumedewerkers van gemeenten verzorgd. Daarnaast zijn de aandachtsgebieden van Seveso- en RIE-4 bedrijven berekend en in het Register Externe Veiligheidsrisico's (REV) opgenomen. Ook zijn een deel van de propaantanks geïnventariseerd en in het REV opgenomen. In 2025 is het regionaal kennisplatform Omgevingsveiligheid van start gegaan. Hierin zijn de Groninger gemeenten, de Veiligheidsregio Groningen, de Omgevingsdienst Groningen en de provincie Groningen vertegenwoordigd. Het doel van het kennisplatform is samenwerking intensiveren met als doel kennisontwikkeling en -ontsluiting op het gebied van omgevingsveiligheid. Het ontwikkelen van een kennisinfrastructuur op het gebied van omgevingsveiligheid is opgenomen als één van de prioriteiten in het Milieuprogramma.

2.2.3.2 Overige projecten

Input milieubeleid/afstemming beleid en uitvoering
Milieubeleid omvat verscheidene thema's en onderwerpen. Inhoudelijk is er in 2025 op ad-hocbasis en op enkele onderwerpen enige afstemming geweest tussen ODG en de provincie over de doorwerking van beleid naar uitvoering en vice versa. Deze worden via losse opdrachten aan ODG verstrekt onder de paraplu van het project ‘Input milieubeleid/afstemming beleid en uitvoering’.

Project 'Data en monitoring'
Naast de reguliere uitvraag van gegevens over de monitoring van de provinciale beleidseffectiviteit, zullen er ook nieuwe indicatoren worden gevormd. ODG beschikt normaliter over veel milieu-informatie die kan worden ingezet om nieuw beleid te vormen of bestaand beleid aan te scherpen. Echter is dit niet beschikbaar voor 2025 in verband met de situatie rondom het VTH-systeem.

Gemeenschappelijke monitoring (opkomende) stoffen in het grondwater provincie Groningen
Monitoring van de grondwaterkwaliteit is van belang om eventuele risico’s nu en op termijn uit te sluiten. Door de traagheid van het grondwatersysteem kunnen deze risico’s zich op de lange(re) termijn manifesteren en leiden brongerichte maatregelen pas op de lange(re) termijn tot resultaat. Een tijdige signalering van ongewenste kwaliteitsontwikkelingen is essentieel om de achteruitgang van de grondwaterkwaliteit te keren.

Hinderapp
Wij willen met innovatieve middelen de informatieverstrekking aan de Groningers over hinder en milieu vergroten en versnellen. Wij hebben hiervoor de hinderapp ontwikkeld. Via de Hinderapp kunnen inwoners klachten indienen in verband met ervaren geluids- of geuroverlast. Het gebruik van de Hinderapp staat open voor inwoners van aangesloten gemeenten. Na de start in 2022 zijn in 2023 inmiddels meerdere gemeenten aangesloten.

De provincie is aanjager van de Hinderapp en tracht ook resterende gemeenten tot aansluiting te bewegen, om daarmee het gebruik van de Hinderapp voor alle inwoners van de provincie beschikbaar te maken. Klachten uit de Hinderapp worden door de Omgevingsdienst ontvangen en behandeld. De Hinderapp biedt ook de mogelijkheid om laagdrempelig meldingen te doen. Meldingen kennen geen opvolging en zijn daarom aan de bevoegde gezagen geadresseerd en niet aan de omgevingsdienst. Deze meldingen zijn vooral gericht op het inzichtelijk krijgen welke problematieken waar spelen en wat de bewoners aan hinder ervaren. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken voor de uitvoering van hun milieutaken.

Sinds november 2024 biedt de Hinderapp voor alle bewoners van de provincie ook de mogelijkheid om overlast van houtrook te melden. Ook is tegelijkertijd het burgerparticipatie project van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) aan de kaart toegevoegd zodat iedereen kan zien hoe de luchtkwaliteit op het gebied van fijnstof in hun omgeving is. Deze metingen worden door de inwoners zelf verricht met eenvoudige meters. Daarom heeft de provincie een extra meetstation laten plaatsen om zo de fijnstofmetingen te verifiëren en te verfijnen. Sinds 28 juni 2025 is dit meetstation in gebruik en onderdeel van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM.
De taak van de Omgevingsdienst is beperkt tot het 'klachtendeel'. Maar het gebruiksgebied van de Hinderapp is dus uitgebreider dan alleen een medium voor het indienen van klachten en verschaft gemeenten en provincie aanvullende informatie in verband met overlastsituaties.

Uit de evaluatie van 2025 blijkt dat de Hinderapp succesvol is en in een duidelijke behoefte voorziet. Daarom is besloten de Hinderapp structureel te blijven inzetten.

PFAS-bronnenonderzoek provincie Groningen
Een groep van opkomende stoffen, die recent veel aandacht krijgt is PFAS. PFAS is een vaak gebruikte hulpstof in allerlei toepassingen en heeft door het gebruik geleid tot diffuse bodemverontreiniging én sterker verontreinigde locaties. De belangrijkste verspreidingsroutes van PFAS zijn grondverzet, emissies via de lucht en water van uit ‘primaire’ bronnen, oftewel specifieke locaties waar door (voormalige) bodembedreigende activiteiten veel PFAS in de bodem terecht is gekomen. Een deel van deze sterker verontreinigde locaties kunnen onaanvaardbare risico’s opleveren voor volksgezondheid en onze leefomgeving. Een risicogerichte aanpak is dan noodzakelijk om aanwezige risico’s te saneren tot een aanvaardbaar niveau. In 2022 en 2023 heeft historisch onderzoek plaatsgevonden waarna medio 2023 en 2024 er op een aantal locaties waarop de verdenking is gevestigd, een indicatief bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Op deze locaties is naar aanleiding van de resultaten geen vervolgonderzoek noodzakelijk. In 2025 is in samenwerking met de gemeente Groningen een tweede groep van verdachte locaties historisch onderzocht.

2.3 Nazorg stortplaatsen

Op grond van de nazorgbepalingen in de Wet milieubeheer zijn wij bestuurlijk, organisatorisch en financieel verantwoordelijk voor de nazorg van stortplaatsen en baggerstortplaatsen, waar op of na 1 september 1996 nog afval is gestort. Dit betekent dat de provincie, vanaf het moment dat ons college de stortplaats gesloten heeft verklaard, verantwoordelijk is voor de uitvoering van maatregelen, die waarborgen dat de stortplaats geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. Eveneens wordt de sluiting en overdracht aan de nazorgorganisatie (de provincie) voorbereid. Hieronder valt o.a. de voorbereiding van de sluitingsverklaring, beschikken instemming nazorgplan, vaststellen doelvermogen etc. Na afgifte van de sluitingsverklaring begint de feitelijke nazorg. Een deel van de dan uit te voeren taken, zetten we op de markt. Een deel blijft achter bij de provincie, zoals het toezicht op het nazorgplan en de uitvoering van de nazorgopdracht zoals afgesproken. Andere taken zijn o.a. beoordelen kwartaal- en jaarrapportages, financiële afwikkeling etc. De toezichthouder van de provincie bezoekt de stortplaatsen minimaal eenmaal per jaar.

In 2021 is het zonnepark op stortplaats Kloosterlaan aangelegd. Met de initiatiefnemer van het zonnepark, Solarfields (nu: Novar), is een overeenkomst opgesteld waarin onder meer is afgesproken dat de nazorg geen nadelen mag ondervinden en is een jaarlijkse vergoeding aan de nazorgorganisatie overeengekomen in verband met de meerkosten voor de nazorg. In 2021 is de aanleg van een zonthermiepark op het voormalig baggerpeciestortplaats te Dorkwerd voorbereid en in 2022 is de bouw daarvan gestart. De officiële opening van het zonthermiepark was in juni 2025.

Provinciale Staten hebben in 2021 een motie (M327 ) aangenomen en daarmee gevraagd naar een indicatief onderzoek naar de potentie van de realisatie van een fietsberg op een voormalige stortplaats in de provincie Groningen. De voormalige stortplaatsen in Veendam en Usquert kwamen in 2022 als mogelijke optie naar voren. Provinciale Staten hebben daarop de motie (M438 ) aangenomen waarin wordt aangedrongen op een vervolgonderzoek naar de locatie met de meeste potentie. In 2024 en 2025 is er voor de voormalige vuilstortlocaties in Usquert en in Veendam een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar een mogelijke fietsberg, waarbij ook in de omgeving van de beide vuilstorten een draagvlakmeting heeft plaatsgevonden. De resultaten hiervan waren dat het technisch haalbaar is. Het college van Gedeputeerde Staten heeft in een brief aan Provinciale Staten aangegeven dat zij geen rol zien in een verder vervolg van de realisatie van een fietsberg op een van de genoemde vuilstortlocaties.

2.4 Bodem

De provincie is verantwoordelijk voor het beperken en het zoveel mogelijk ongedaan maken van ernstige verontreinigingen in de bodem. Wij beoordelen en toetsen bodemonderzoeken en saneringsplannen bij ernstige bodemverontreiniging en stellen beschikkingen op waarmee een ernstig geval van bodemverontreiniging en de spoedeisendheid van de situatie wordt vastgesteld. Wij besluiten ook of met een saneringsplan kan worden ingestemd. Daarnaast zijn wij het bevoegd gezag voor het toetsen van meldingen voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen volgens het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) wanneer wij het Wabo-bevoegd gezag zijn voor de betreffende inrichting. Het beoordelen van deze meldingen is in opdracht gegeven aan de ODG. Zij voert namens ons de toezicht- en handhavingstaken uit met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb), de bodemsaneringen en het Bbk (toepassen van licht verontreinigde grond). Het aantal bouwaanvragen en de werkzaamheden in het kader van de energietransitie zijn van invloed op de hoeveelheid werk dat in de bodem wordt verricht.

Spoedlocaties
Bodemverontreiniging van voor 1987 treffen we soms aan in de historische kernen, bij wierden, wegbermen, boezemkades en bij voormalige gasfabrieken. We veronderstellen in de provincie Groningen ca. 10.000 kleine en grote locaties met mogelijk bodemverontreiniging. Ons uitgangspunt is dat via het duurzaam beheer van de bodem, deze geschikt dient te zijn en te blijven voor het gebruik ervan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet de bodemkwaliteit in overeenstemming zijn met, of worden gebracht op, het niveau ‘geschikt voor het gebruik’.

Bij de start van het Meerjarenprogramma Ondergrond en Bodem 2020-2025 was er bij 17 locaties een sanering in uitvoering. Het betreffen allen complexe langlopende saneringen, waarvan er 5 locaties door de veroorzaker en/of terreineigenaar en 12 locaties door de provincie, omdat de veroorzaker/terreineigenaar niet instaat was om aan de verplichtingen te voldoen of verantwoordelijk was te houden. Voor alle 17 locaties zijn in deze programma periode 2020-2025 belangrijke stappen gezet, waarbij de verwachting is dat 3 locaties, waarvan 2 door de provincie, pas na 2030 kunnen worden afgerond. De overige 14, waarvan 10 door de provincie, zullen de komende programmaperiode 2026-2030 worden afgerond. Onder de Omgevingswet is de provincie het bevoegd gezag voor deze 17 saneringen.

Asbest
De Eerste Kamer heeft op 4 juni 2019 het wetsvoorstel 'Asbestdakenverbod' van het kabinet verworpen. Ook het uitstel van het verbod naar 2028 is verworpen. Sinds 2019 is daardoor een terugloop in het aantal meldingen van asbest te zien. In 2020 zijn wij gestart met een asbestinventarisatie (asbest op daken). In de inventarisatie is onderscheid gemaakt in het asbest op daken bij woningen, van landbouwstallen en industriegebouwen. De totale hoeveelheid asbest op daken is per gemeente geïnventariseerd. De inventarisatie is in 2021 voltooid. De resultaten zijn opgenomen in De Staat van Groningen. De website toont ze sinds begin 2022. In 2023 is naar aanleiding van het Hoofdlijnenakkoord (Veur Mekoar) waarin asbest een aantal keren wordt genoemd, gekeken naar koppelkansen met lopende projecten waarbij asbest annex is. In 2024 is er een pilotproject 'Verduurzaming agrarische erven in combinatie met asbest' gestart in Midden-Groningen n is de subsidieverordening Groot onderhoud en Restauratie Rijksmonumenten Groningen (GRRG) uitgebreid met asbest. In 2025 is met een brief aan PS besloten geen vervolg te geven aan dit project. De GRRG krijgt wel een vervolg in 2026.

2.5 Waterwet

De provincie Groningen beheert het diepe grondwater en de waterschappen beheren het ondiepe water. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het uitgangspunt voor ons grondwaterbeheer. Wij hebben beheerregels opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening. Ter bescherming van het grondwater zijn provinciale vergunningen vereist voor:

  • Grondwaterwinningen die meer dan 150.000 m3/jaar onttrekken (industrie ten behoeve van koel en proceswater);
  • Grondwaterwinning ten behoeve van drinkwater (drinkwatervoorzieningen);
  • Bodem-energiesystemen (onttrekken en filteren van grondwater ten behoeve van Warmte- en Koudeopslag (WKO);
  • Gesloten bodem-energiesystemen die in een provinciale inrichting geplaatst worden.

Voor de Omgevingswet zijn wij bevoegd voor de volgende activiteiten: wateronttrekkingen ten behhoeve van de openbaren drinkwatervoorziening en industrie die meer dan 150.000 m3/jaar onttrekken, het aanleggen van open bodemenergiesystemen en milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden zoals aangewezen in de Omgevingsverordening. Onze toezichthouder controleert de naleving van de vergunningen. In 2025 is het toezicht op de WKO-systemen die buiten provinciale bedrijven liggen, overgegaan naar ODG. Wij houden ook toezicht op de aangewezen beschermingsgebieden: de grondwaterbeschermingsgebieden, waterwingebieden en gebieden met een verbod op fysische bodemaantasting/boringvrije zones. Onze toezichthouder heeft vijf grondwaterbeschermingsgebieden bezocht. In deze gebieden geldt voor een aantal (milieubelastende)activiteiten een verbod. Een voorbeeld is het verbod op graven dieper dan drie meter. Hiervoor moet een vergunning worden aangevraagd. In 2025 zijn 14 vergunningen verleend.

2.6 Vuurwerkevenementen

Regels voor vuurwerk(evenementen) vallen onder het Vuurwerkbesluit. Het doel van dit besluit is de bescherming van mens en milieu tegen de negatieve effecten van het opslaan, bewerken en afsteken van vuurwerk. Het gaat in dit verband om zowel inrichtingen waar vuurwerk wordt opgeslagen, als om vuurwerkevenementen of -voorstellingen waarbij bedrijfsmatig vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht. In 2025 waren er in totaal 25 bedrijfsmatige vuurwerkontbrandingen.

Coördinatie

Met het Vuurwerkbesluit en de Wabo hebben de provincies specialistische taken in de uitvoering van de regels voor vuurwerk gekregen. Zo zijn wij onder andere verantwoordelijk voor de coördinatie van het vuurwerktoezicht binnen de provincie. De provinciale vuurwerkcoördinator werkt in het provinciebreed vuurwerkteam met een vaste kern die bestaat uit medewerkers van de Veiligheidsregio Groningen (brandweer), politie-eenheid Noord-Nederland (die ook het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt), ODG en onze toezichthouders en vergunningverleners. Onze vuurwerkcoördinator is voorzitter van dit team. De provinciebrede vuurwerkteams van Groningen, Fryslân en Drenthe werken in noordelijk samenwerkingsverband op ad-hoc basis samen. Er is ook een landelijk samenwerkingsverband actief. Hieraan nemen de provinciale vuurwerkcoördinatoren, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Inspectie Leefomgeving en Transport, Landelijke Politie, Brandweer Nederland en Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) deel. Deze Landelijke Werkgroep Vuurwerkcoördinatoren (LWVC) kwam in 2025 zesmaal bijeen. In 2025 heeft de LWVC tweemaal overleg gevoerd met de vuurwerkbranche. Onze vuurwerkcoördinator is voorzitter van dit landelijke team.  

Vuurwerkopslagen

In onze provincie zijn geen vuurwerkopslagen aanwezig waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Dit betekent dat de colleges van B en W voor de vuurwerkopslagen in onze provincie het bevoegd gezag zijn. ODG heeft deze opslagen eind 2025 gecontroleerd.  

Bedrijfsmatige vuurwerkontbrandingen

Om bedrijfsmatig consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik af te mogen steken dient een toepasser (een vuurwerkbedrijf met een vergunning van de Inspectie Leefomgeving en Transport) een ontbrandingstoestemming bij ons aan te vragen of een ontbranding bij ons te melden. Intern informeren wij structureel de vergunningverleners natuurbescherming (Ow) en die van de provinciale (vaar)wegen over alle vergunning- en meldingplichtige vuurwerkwerkevenementen. Extern worden door ons structureel de burgemeester, Veiligheidsregio Groningen (brandweer), politie-eenheid Noord-Nederland, Inspectie Leefomgeving en Transport, de Luchtverkeersleiding Nederland of Air Operations Control Station Nieuw Millingen en incidenteel Rijkswaterstaat en Groningen Seaports geïnformeerd.

In 2025 zijn bij ons 14 ontbrandingstoestemmingen aangevraagd, waarvan wij er 13 hebben vergund aangezien één aanvraag door het vuurwerkbedrijf vroegtijdig is ingetrokken. Er zijn bij ons 11 ontbrandingen gemeld waarvan één melding door het vuurwerkbedrijf voortijdig is ingetrokken. In totaal zijn door ons 12 bedrijfsmatige vuurwerkontbrandingen gecontroleerd. Wij hebben van 2 vuurwerkbedrijven een ecologische toets ontvangen. Bij 2 ontbrandingen hebben wij nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Groningen (VRG) in verband met natuurbrandrisicoprofiel fase-2. Alle meldingen en aanvragen zijn door ons getoetst aan 1) de Handreiking vuurwerk en vogels (IPO), 2) de Beslisboom gehouden en wilde dieren en 3) de Risicoanalyse bedrijfsmatige vuurwerkontbrandingen Provincie Groningen 2025.

2.7 Ontgrondingen

Onze vergunningverlening en toezicht op ontgrondingen betreft het toezicht op de zand- en kleiwinningen en het toezicht op gebieds- en infrastructuurverbetering zoals de aanleg van natuurelementen en wegen. Voor de lopende zaken, van voor de Omgevingswet, is nog sprake van wet- en regelgeving uit de Ontgrondingenwet. Voor nieuwe procedures, die in 2025 zijn begonnen, is de Omgevingswet - specifiek een ontgrondingsactiviteit - van toepassing.

Ontgrondingen ten behoeve van natuurontwikkeling en infraverbetering (klein en groot)

Er is sprake van een ontgronding als door werkzaamheden de hoogteligging van een terrein (tijdelijk) veranderd. Afhankelijk van het doel en de omvang van de ontgronding kan sprake zijn van vergunningplicht. Wij regisseren vergunningplichtige ontgrondingen met een vergunningensysteem op grond van de Ontgrondingenwet c.q. Omgevingswet en op grond van de provinciale Omgevingsverordening. Het toezicht richt zich op de naleving van de voorschriften. In 2025 zijn meerdere projectlocaties geïnspecteerd.

Zandwinningen

De complexiteit van de problematiek bij zandwinningen en kleiwinningen neemt toe. Enerzijds vanwege het meervoudig gebruik (winning, natuur en recreatie), anderzijds worden grote ingrepen in de omgeving steeds kritischer door de omgeving beoordeeld. Wij hebben ervoor gekozen om het toezicht op de zandwinningslocaties projectmatig op te pakken en prioriteit te geven. In 2025 zijn meerdere inspecties uitgevoerd bij 5 zandwinningen en 2 kleiwinningen.

Illegale activiteiten

Wij hebben de toezichthoudende taak wanneer activiteiten worden uitgevoerd zonder de daarvoor benodigde vergunningen. Voor deze 'illegale activiteiten en vrijevelddelicten' zijn vanuit de groene, grijze en blauwe wet- en regelgeving buitengewone opsporingsambtenaren ingezet. Hun bijdrage maakt de strafrechtelijke aanpak adequater. Bestuursrechtelijke handhaving wordt daarbij alleen toegepast om de overtreding ongedaan te maken. In 2025 waren er geen overtredingen waartegen wij bestuursrechtelijk handhavend hebben opgetreden.

2.8 Natuur

Algemeen
Ons natuurbeleid voeren we uit met meerdere instrumenten, waaronder vergunningverlening, toestemmingsbesluiten en toezicht en handhaving. Om planten- en diersoorten zoveel mogelijk te beschermen verlenen wij vergunningen/toestemmingsbesluiten en/of ontheffingen voor activiteiten. Met toezicht en handhaving beogen we het naleefgedrag te bevorderen.

We constateren dat ons natuurbeleid en de uitvoering van de VTH-taken beter op elkaar aan kunnen sluiten, om zodoende de beleidscyclus sluitend te krijgen. Concreet betekent dit dat enerzijds onze beleidsdocumenten concrete(re) doelen voor de VTH-taken dienen te bevatten en anderzijds er op een meer gestructureerde wijze vanuit de uitvoering aan beleidsmakers dient te worden teruggekoppeld.  Op die manier kunnen wij ons beleid of de uitvoering waar nodig aanpassen, om de natuurdoelen te bereiken. Hiervoor wordt in 2026 een nieuwe uitvoerings- en handhavingstrategie voor alle 'thuistaken’ van de provincie opgesteld.

Soortenbescherming
Het halen van de natuurdoelstellingen is afhankelijk van actieve gebieds- en soortenmaatregelen, zoals de aanleg van nieuwe natuur, ecologisch beheer en het aanleggen van faunapassages. Ook zijn we daarbij afhankelijk van de naleving door overheden, terreinbeherende organisaties, bedrijven en burgers van vergunningen en (gedrags)regels in en nabij natuurgebieden, bijvoorbeeld voor buitensporten en -activiteiten. Voor een hoog niveau van naleving zijn adequaat toezicht en handhaving vereist, aangezien spontane naleving niet vanzelfsprekend is.

Wij beschermen onder andere de leefgebieden van beschermde diersoorten. Menselijke activiteiten (zoals bouwen, slopen en bedrijvigheid) kunnen de leefgebieden verstoren. Ook in 2025 blijft de toenemende druk op de natuurgebieden zichtbaar. Dit uit zich in een grotere recreatiedruk, waarbij de bezoekers zich niet altijd houden aan de toegangsregels van de natuurgebieden, zoals aanlijnplicht voor honden en zich buiten wegen en paden begeven. Maar ook in diverse vormen van overlast en criminaliteit, variërend van wild crossen, stroperij tot het dumpen van afval.

Wij constateren ook dat evenementen tot verstoring van soorten kunnen leiden. De samenleving is zich daar meer bewust van geworden, wat zich uit in bezwaarprocedures tegen evenementen.

Ook bij de duurzaamheidsopgave zien wij dat het voorkomen van verstoring van beschermde diersoorten de nodige aandacht vraagt. Wij zien dat met name bij het verduurzamen van woningen, zoals na-isolatie. Samen met gemeenten kijken wij hoe wij hier zo effectief en efficënt mogelijk mee om kunnen gang.

Natura 2000-gebieden en stikstof
In 2025 zijn er geen vergunningen verleend voor Natura 2000-activiteiten.

Stikstof PAS-melders
In december 2024 zijn er 11 agrarische ondernemingen bezocht in verband met PAS-meldingen (het merendeel hiervan is PAS-melder). De huidige situatie werd hierbij in kaart gebracht en er werden erg nuttige gesprekken aangegaan over de (on)mogelijkheden. Deze gesprekken worden voortgezet in 2025. Van de 140 PAS-melders wachten er nu nog 140 op een natuurvergunning.

Stikstof wet- en regelgeving
De regelgeving over intern salderen is op 18 december 2024 dermate veranderd. Onder andere intern salderen werd vergunningplichtig gesteld. Dit gold al voor extern salderen. De vergunningplicht werd met terugwerkende kracht ingevoerd. Activiteiten die werden gerealiseerd tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 met behulp van intern salderen, hebben hierdoor alsnog een natuurvergunning nodig. Kanttekening is wel dat intern salderen net als extern salderen, moet voldoen aan het additionaliteitsvereiste. Het additionaliteitsvereiste betekent dat de stikstofruimte van een gestopte of ingeperkte activiteit alleen mag worden benut als kan worden aangetoond dat deze stikstofruimte niet nodig is om de natuur te ontlasten. Het aantonen hiervan is niet mogelijk, omdat de meeste stikstofgevoelige N2000-gebieden (zwaar) overbelast zijn met stikstof en overtuigende maatregelen om de natuur te ontlasten vooralsnog onvoldoende zijn genomen.

De emissie van het totale ‘nieuwe’ project – ondanks dat het een kleine wijziging is – zal in kaart gebracht moeten worden en beoordeeld moeten worden in AERIUS . Als deze een depositie karteert op kwetsbare natuur dan is de onderneming illegaal zonder natuurvergunning. Als een bedrijf een natuurvergunning heeft waarbij een bepaalde hoeveelheid depositie is gekarteerd op kwetsbare natuur en deze gaat halveren, dan valt dit onder intern salderen. Het bedrijf was voor intern salderen legaal en na intern salderen is het bedrijf illegaal geworden, ondanks de afname in depositie.

Bij het verlenen van een natuurvergunning mag de referentiesituatie niet meer meegenomen worden en er moet onderbouwd worden dat de nieuwe totale depositie geen invloed heeft op de kwetsbare natuur. Om vergunningverlening weer mogelijk te maken is er een maatregelenpakket nodig, waarbij de kwetsbare natuur wordt verbeterd.

Vanuit de provincie werden er 40 positieve weigeringen afgegeven in de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025, dit was als een bedrijf kon intern salderen. Van de weigeringen werden er 38 voor landbouw afgegeven en 2 voor industrie. Ook zijn er nog 30 lopende aanvragen op basis van intern salderen en 18 PAS-melders die intern willen salderen. Deze weigeringen moeten voor 1 januari 2030 omgezet worden in een natuurvergunning, dit is op dit moment niet mogelijk. Naast de bekende positieve weigeringen zijn er veel bedrijven die intern hebben gesaldeerd en ook een natuurvergunning nodig hebben om niet illegaal te zijn, maar waar wij geen zicht op hebben. Wij zijn op dit moment bezig om een beeld te krijgen van hoeveel bedrijven dit betreft.

Naar aanleiding van handhavingsverzoeken zijn er 6 controles uitgevoerd.

Samenwerking
Samen met partners (onder terrein beherende organisaties, Sportvisunie, gemeenten en politie) zetten we ons in voor het behoud en de ontwikkeling van de Natura2000-gebieden, zoals vastgesteld in de beheerplannen en andere waardevolle natuurgebieden (NNN).  
In 2025 zijn aan de hand van de handhavingskalender gezamenlijke handhavingsacties uitgevoerd, onder andere in het Lauwersmeergebied, Zuidlaardermeergebied en de gemeenten Westerkwartier en Westerwolde. Ook zijn gezamenlijke controles uitgevoerd op volières, recreatievaart, jacht en visserij

Houtopstanden
Het toezicht op houtopstanden richt zich op de controle van de herplantplicht. We zoeken in uitvoering en beleid de samenwerking met de gemeenten.  

Versterkingsopgave
In 2025 is het toezicht op de generieke ontheffing in het kader van de versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied voortgezet. De afspraken met de Nationaal Coördinator Groningen uit de voorgaande jaren zijn ook in 2025 toegepast.

Strafrecht
Strafrechtelijk zijn onder andere de volgende zaken door de boa's opgepakt: loslopende honden, illegale velling, afvaldumping, visstroperij, opzettelijk doden van dieren, vernielen van nesten en het belemmeren of beledigen van een ambtenaar in functie.   

2.9 Zwemmen en baden

GS hebben de taak om toezicht te houden op badinrichtingen en zwemgelegenheden. De toezichthouders van team VTH voeren dit uit. In Groningen zijn 79 locaties aanwezig waar gelegenheid is om te zwemmen of te baden in een badwaterbassin. In totaal zijn er 193 badwaterbassins waar toezicht op wordt gehouden. Jaarlijks worden zwemwateren in oppervlaktewater aangewezen. In 2025 zijn 48 locaties aangewezen. De waterschappen of Rijkswaterstaat controleren de waterkwaliteit en rapporteren de toezichthouders daarover. De toezichthouders kunnen een zwemverbod of een negatief zwemadvies instellen. In 2025 is voor 20 locaties een of meerdere waarschuwingen en voor 6 locaties een negatief zwemadvies afgegeven.

Inventarisatie nieuwe locaties
Hoofdstuk 15 kent geen uitzondering voor badwaterbassins met een wateroppervlak kleiner dan 2 m 2 . Dit houdt in dat ook kleine badwaterbassins, zoals baby spa’s onder de wetgeving vallen. In 2025 zijn de eerste inspecties uitgevoerd bij deze locaties. Daarnaast zijn er locaties met eenmalig gebruik van water. Deze locaties en de baby spa’s hebben een zorgplicht. Deze hebben geen verplichting om waterkwaliteitscontroles uit te voeren. Er zijn 7 locaties met een zorgplicht, met samen 13 badwaterbassins.

In 2025 zijn de 4 locaties met floatbaden aangeschreven dat deze badwaterbassins vallen onder de categorie 'Badwaterbassin met desinfectie'. De verwachting is dat een aantal locaties in 2026 maatwerk gaan aanvragen, omdat ze niet kunnen voldoen aan een aantal parameters.

Locaties met onvoldoende waterkwaliteit
Zodra wij op basis van de resultaten van de waterkwaliteitsonderzoeken vaststellen dat een badwaterbassin gesloten moet worden, zal hierop gecontroleerd worden. Er zijn 12 inspecties uitgevoerd om te controleren of de badhouder (ook wel: normadressaat) het badwaterbassin gesloten heeft voor publiek. Uit deze controle blijkt dat één badwaterbassin was gesloten. De andere badhouders hebben een waarschuwingsbrief ontvangen.
Er zijn 11 openluchtbaden (van de 23) die moeten sluiten, omdat ze niet voldoen aan de norm.
Deze sluiting valt samen met de seizoensgebonden sluiting. Deze locaties hebben een brief ontvangen dat ze de bassins in 2026 pas mogen openstellen voor gasten als ze vooraf hebben aangetoond dat ze voldoen aan de norm.

Handhaving in 2025
In 2025 zijn er 16 bestuurlijke waarschuwingen gegeven (inclusief 11 voor de locaties die het badwaterbassin niet gesloten in verband met onvoldoende waterkwaliteit).
Daarnaast zijn er 8 vooraankondigingen last onder dwangsom opgelegd, waarvan 1 preventief. Er is 2 keer een last onder dwangsom opgelegd en er zijn 2 dwangsommen verbeurd.  

Zwemlocaties
Verschillende zwemlocaties hebben al enkele jaren last van blauwalg, zwemmersjeuk of zijn qua veiligheid matig. Er zijn 48 locaties geïnspecteerd. In 2025 heeft onze toezichthouder de locaties 55 keer bezocht. In het hoogseizoen zijn drukke zwemplassen meermaals bezocht.

2.10 Luchtvaart

Provincies zijn verantwoordelijk voor de verplichtingen van de Wet luchtvaart voor luchthavens van regionaal belang. Doel is enerzijds de exploitatie van regionale luchthavens toe te staan en anderzijds de ruimtelijke ordening rondom het luchthaventerrein te reguleren en de veiligheidsrisico’s, geluidhinder, luchtvervuiling en verstoring van natuur te beperken en te beheersen. Door deelname aan de Interprovinciale Contactgroep Luchtvaart (ICL) bereiken we regionale en landelijke afstemming over wetgeving, beleid(ontwikkeling) en delen we kennis.

Vergunningen
Voor luchthavens van regionaal belang moet een Luchthavenbesluit (LHB) óf een Luchthavenregeling (LHR) worden vastgesteld. Het LHB en de LHR bevatten voorschriften. Wij hebben daar in 2025 geen toezicht op gehouden. In maart 2025 hebben PS van Groningen het Luchthavenbesluit voor het helidek op het UMCG vastgesteld. Hiermee zijn alle regionale luchthavens voorzien van een LHB c.q. LHR.

Ontheffingen TUG (tijdelijk en uitzonderlijk gebruik)
Bij de TUG-ontheffingen gaat het om starten van en landen buiten aangewezen luchthavens, bijvoorbeeld in een weiland of op een sportterrein. Veelal gaat het om helikopters. Wij registreren de aanvragen en het gebruik van de ontheffingen en monitoren daarmee waar in de provincie gevlogen wordt. Wij hebben in 2025 elf TUG-ontheffingen verleend. Wij controleren steekproefsgewijs op de naleving van de ontheffingen. Diverse drone-operators hebben aan provincies aangegeven aan de slag te willen met gebruik van drones voor transport, (land)bouw, onderhoud zendmasten en windturbines, etc. Omdat de huidige beleidsregels voor generieke TUG-ontheffingen zijn afgestemd op helikopters zijn deze te beperkend voor drones en kunnen de drone-operators hiermee geen opdrachten aannemen. Het team Milieu heeft het initiatief genomen mogelijke oplossingen hiervoor gezamenlijk met andere provincies (in de ICL) te bepalen. In 2025 is hieraan gewerkt en in 2026 zal het ICL-voorstel aan alle provinciale besturen worden aangeboden.

2.11 Wegen en vaarwegen

In deze paragraaf beschrijven wij onze uitvoerings- en handhavingstaken op basis van onze bevoegdheden voor wegen en vaarwegen, in de Omgevingswet, Wegenwet, de Binnenvaartwet, de Scheepvaartverkeerswet en de Omgevingsverordening Provincie Groningen.

In 2015 is gestart met het programmatisch werken volgens de cyclus van de 'Big Eight'. In de daaropvolgende VTH-jaarprogramma's hebben wij aangegeven hoe wij door adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving een bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Wij stellen de prioriteiten in toezicht en handhaving aan de hand van onze risicoanalyse. Voor de vaarwegen waren onze prioriteiten: controle op diepgang van schepen, werken op en aan de vaarweg (zoals gestuurde boringen), snelheid van de beroeps- en recreatievaart, inrichtingseisen Binnenvaartwet, op- en overslag en het afmeer- en ankerverbod.

Wegen
Onze weginspecteurs hebben in 2024 meerdere keren per week gecontroleerd of bij de aanleg van glasvezelkabels de regels van onze ontheffing worden gevolgd. De ervaring leert dat aannemers onze wegen, bermen en wegbeplanting beschadigen. De verscherpte controle blijkt noodzakelijk, want nog steeds worden afspraken niet volledig nagekomen. Aansluitend daarop voeren wij daardoor wekelijks gesprekken met aannemers en hun opdrachtgevers om onze voorwaarden duidelijk te maken.

Vaarwegen
Beroepsvaart
In het aantal beroepsvaart bewegingen zien we een lichte daling. Het vervoer van bouwmaterialen, zoals zand en grind, is minder dan voorgaande jaren.

Recreatievaart
De recreatievaart is meer gecontroleerd vanwege het ontbreken van het inspectievaartuig PW18, er is meer gevaren en gecontroleerd met de snelle speedboot PW20. Er worden steeds meer vaartuigen achtergelaten en verwaarloosd. In 2025 is er 5 keer bestuursdwang toegepast op achtergebleven vaartuigen, enkele vaartuigen zijn gesloopt en anderen verkocht op online veilingen.

Handhaving voor waterschap Hunze een Aa's
In het vaarseizoen van 2025, vanaf mei tot oktober, hebben we 3 dagen gecontroleerd op het Schildmeer in opdracht van het waterschap, waar we een overeenkomst mee hebben.

Calamiteiten en schade aan kunstwerken
Onder calamiteiten vallen ook onze eigen storingen aan onze objecten, waardoor de bruggen niet bediend konden worden.  Er zijn in totaal 4 schades aan ons areaal veroorzaakt door beroepsvaart. Dit zijn afmeerpalen en geleide werken in de brug. De veroorzaakte schades zijn in behandeling geweest van de verzekering en zijn vergoed. Er was een schip gedeeltelijk gezonken op het A.G. Wildervanckkanaal te Veendam, er waren hier alleen personele kosten en de andere financiële gevolgen waren voor de eigenaar van het schip.
De vaarweg was hierdoor wel enkele dagen afgesloten en kon de overige beroepsvaart niet verder.

Recreatievaart op snelle motorboten en jetski's
Op sociaal media is bekend wanneer we aan het controleren zijn op bijvoorbeeld het Oldambtmeer en het Zuidlaardermeer. Onze locaties zijn ook bekend in Whatsapp-groepen. Hierdoor is het lastig om overtreders aan te houden en te verbaliseren. We hebben gekeken naar de mogelijkheid naar handhaving met bijvoorbeeld een drone.

Op het Oldambtmeer diverse meldingen gehad van geluidsoverlast door een partyboot met diverse gasten aan boord. Met de gemeente Oldambt geprobeerd om deze overlast te beperken.
Voor 2025 was het plan ook toezicht en handhaving te doen op de vaarwegen van de gemeente Groningen. Hiervoor zou een convenant worden opgesteld en ondertekend. Door het landelijke probleem met betrekking tot boa’s die niet bevoegd waren voor het verbaliseren op waterfeiten heeft het Openbaar Ministerie het convenant, die gemaakt was voor de samenwerking, niet afgehandeld. De wens is nog steeds dat er een goedkeuring zal worden gerealiseerd op het convenant.

De aantallen uitgevoerde controles leest u in bijlage 1. De gerealiseerde aantallen zijn hoger dan gepland. Met het werkschip en het registratiesysteem konden onze toezichthouders efficiënter werken. Tijdens de controles worden geregeld tekortkomingen en overtredingen geconstateerd, waarop onze inspecteurs corrigerend en zo nodig handhavend hebben opgetreden. De controleur scheepvaart heeft bijvoorbeeld verschillende speedbooteigenaren meerdere keren gewaarschuwd en daarna een proces-verbaal opgesteld.

Bijlage 1 Gerealiseerde producten en diensten

Producten en diensten ODG
Zoals in paragraaf 2.2.2 aangegeven, heeft ODG geen exacte data kunnen leveren voor de geleverde producten en diensten (gerealiseerde output) voor 2025. Deze data mist daarom in deze bijlage. Dat geldt in het bijzonder voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op de thema's bouw, milieu en bodem.

Gerealiseerde output provincie Groningen
De producten en diensten die team VTH van de provincie Groningen heeft geleverd zijn in onderstaande tabellen inzichtelijk gemaakt.

Wet milieubeheer (stortplaatsen)

Product

Sub-product

Geplande output in 2024

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Niet uitgevoerde zaken

Toelichting

Nazorg op gesloten stortplaatsen, waar op of na 1 september 1996 nog afval is gestort en het een gesloten stortplaats betreft.

Aantal locatiebezoeken

7

7

0

0

De gesloten stortplaatsen Kloosterlaan, Woldjerspoor, Borgerswold , Dorkwerd, Usquert, Winschoterzijl, Driebond en Zuidwending zijn bezocht.

Water

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Bescherming grondwater: vergunningen voor grondwateronttrekkingen

Aantal beschikkingen

12
(incl.3 revisie-vergunningen)

1

1

1 drinkwatervergunning aqangepast

Bescherming drinkwater:
aanwijzen beschermingszones  en vergunning verlenen  voor milieubelastende activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden

Aantal vergunningen

5

 14

3

Bescherming grondwater: regulier toezicht vergunningen voor grondwateronttrekkingen

Aantal controles

40 maal toezicht op onttrekkings-vergunningen/
beschikkingen;
5 handhaaf-baarheidstoetsen op ontwerp-beschikkingen.

40

Administratieve controles warmte koude opslagsystemen

Bescherming grondwater:

Handhaafbaarheidstoetsen op
ontwerpbeschikkingen

Aantal

12

Bescherming drinkwater:
Reguliere handhaving

Aantal inspectierondes

5
(1 inspectieronde langs alle 5 grondwaterbe-schermings-gebieden (gwbg)) en langs 4 drinkwaterwin-gebieden (dwg)

5
(1 inspectie-ronde langs 5 gwbg)

Controles worden uitgevoerd bij boringen waarvoor ontheffing nodig is.

Vuurwerkbesluit (evenementen en voorstellingen)

Product

Sub-product

Geplande
output in 2024

Gerealiseerde output in 2024

Openstaande zaken

Toelichting

Verlenen van ontbrandingstoestemmingen

Aantal verleende toestemmingen

20

14

Er zijn bij ons 14 ontbrandingstoestemmingen aangevraagd, waarvan wij er 13 hebben vergund.

Ontbrandingsmeldingen

Aantal ingediende meldingen

20

11

Er zijn bij ons 16 ontbrandingen gemeld, waarvan 2 ontbrandingen nadien door de opdrachtgevers zijn ingetrokken.

Toezicht en handhaving

Aantal controles

30

12

De controles vinden plaats op basis van onze Risicoanalyse bedrijfsmatige vuurwerkontbrandingen. Er zijn 3 vergunningsplichtige ontbrandingen vanwege weersomstandigheden verplaatst naar een latere datum in 2025.

Ontgrondingenwet

Product

Sub-product

Geplande
output in 2024

Gerealiseerde output in 2024

Openstaande zaken

Toelichting

Toezicht en handhaving zandwinningen

Aantal inspecties bij zandwinningen

10

10

Dit betreffen de bezoeken aan de grotere winningen.

Toezicht en handhaving overige projectgebonden ontgrondingen

Aantal bezoeken

5

5

Omgevingswet (onderdeel Natuur)

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025 *

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Vergunningverlening soortenbescherming

Aantal verleende vergunningen

101

132

De verleende vergunningen hebben voornamelijk betrekking op diverse vleermuissoorten (o.a. kleine en ruige dwergvleermuis), vogelsoorten (o.a. roeken, zwaluw en merel) maar bijvoorbeeld ook op het beheer van rattenpopulaties of natuurvriendelijk isoleren.
Naast de verleende vergunningen zijn er 43 plannen van NCG beoordeeld in het kader van de versterkingsopgave.

Vergunningverlening gebiedsbescherming

Aantal vergunning- en ontheffingsaanvragen (stikstof)

40

40

191

10 Wnb-vergunningen en 30 zogenoemde positieve weigeringen. De werkvoorraad bevatte eind 2023 191 ingediende aanvragen en begin 2024 187 PAS-meldingen.

Vergunningverlening jacht, beheer en schadebestrijding

Aantal vergunningen

0

0

Vergunningverlening houtopstanden

Aantal aanvragen herplantplicht

16

10

I n 2025 h ebben wij 10 kapmeldingen afgehandeld, waarbij tevens een aanvraag om herplantplicht op een andere locatie is ingediend. In die gevallen wordt een maatwerkvoorschrift vastgesteld.

Toezicht soortenbescherming

Aantal controles soorten

263

203

Het toezicht soortenbescherming vindt in hoofdzaak plaats op verleende ontheffingen en op de generieke ontheffing, die aan NCG verleend is voor de versterkingsopgave in het aardbevingsgebied.
Wij hebben in 2025 ook 13 gebiedscontroles samen met onze handhavingspartners uitgevoerd.

Aantal behandelde (burger)meldingen

22

-

Toezicht gebiedsbescherming

Aantal controles op bescherming van gebieden (stikstof)

25

-

Toezicht jacht, beheer en schadebestrijding

Aantal controles jacht

8

2

Aantal controles wadlopen

9

6

Toezicht houtopstanden

Aantal controles op houtopstanden

20

20

Het grootste deel van de controles vindt plaats binnen het grondgebied van de gemeente Westerkwartier. Er wordt daarbij nauw samengewerkt met de boa van de gemeente.

Aantal behandelde kapmeldingen

105

70

Handhaving

Aantal handhavingsverzoeken

16

23

De verzoeken zijn onder andere gedaan voor illegale bomenkap en verstorende activiteiten.

Aantal vooraankondigingen last onder dwangsom

2

5

Aantal lasten onder dwangsom

3

8

Aantal overtredingen waartegen onze boa's strafrechtelijk zijn opgetreden

180

234

In 2025 zijn in totaal ruim 1.100 controles door de boa's uitgevoerd. Zij hebben daarbij 234 keer een proces-verbaal opgemaakt en 98 waarschuwingen gegeven. Daarnaast zijn bij acht overtredingen zaken in beslag genomen, zoals niet-toegestane bestrijdingsmiddelen of niet-geoorloofde middelen voor de jacht.
De overtredingen betroffen onder andere loslopende honden, illegale velling, afvaldumping, stroperij, motorrijden in een gebied waar dat niet toegestaan is, vissen met levend aas of zonder vergunning en het belemmeren of beledigen van een ambtenaar in functie.   

    * Geplande output voor 2025 is gebaseerd op de gerealiseerde output van 2024.

Omgevingswet (onderdeel Zwemmen en baden (Besluit activiteiten leefomgeving - hoofdstuk 15 (Bal H15))

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Aanwijzing zwemwateren

Aantal nieuwe aanwijzingen

49

49

Wij kunnen een zwemverbod of een negatief zwemadvies instellen.

Regulier toezicht op badinrichtingen

Aantal controles

67

86 inspecties
(fysiek/
administratief)
15 hercontroles
(fysiek/
administratief)
4 locaties afgevoerd
(administratief)

Bij 11 locaties zijn tegelijkertijd een reguliere inspectie uitgevoerd als een controle op een sluiting van een of meerdere badwaterbassins.
Er zijn 4 locaties op eigen initiatief gesloten.
Bij 7 locaties is een bezoek uitgevoerd of hebben een brief ontvangen met verzoek om meer informatie om zodoende vast te kunnen stellen of zij vallen onder Bal H15.
Er is 1 maatwerkverzoek ontvangen. Deze wordt afgehandeld in 2026
11 locaties hebben een brief ontvangen dat zij in 2026 de badwaterbassins pas open mogen stellen voor publiek als de waterkwaliteit voldoet aan de wettelijke eisen.

Regulier toezicht op zwemwaterkwaliteit

Aantal beoordeelde jaartoetsen zwemwaterkwaliteit

82

83

Regulier toezicht op zwemlocaties

Aantal bezochte locaties

49

60

49 locaties zijn geïnspecteerd, 63 bezocht. In het hoogseizoen zijn drukke zwemplassen meermaals bezocht.

Wet luchtvaart (Wlv)

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Luchthavenbesluit (LHB)

Aantal besluiten

-

1

Er is in 2022 met de exploitant van de heliport Eemshaven overleg gevoerd over gewenste aanpassingen van het LHB in verband met de wens ook in de nacht te vliegen, een oefentoren op te richten en de vliegroutes (beperkt) aan te passen. Vanwege belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming (ministerie van LVVN is bevoegd gezag) is dit nog niet verder gekomen dan voorbereidende gesprekken.
Definitief LHB voor het helidek op het UMCG is in maart 2025 vastgesteld.

Luchthavenregeling (LHR)

Aantal regelingen

1

-

Van het Martini Ziekenhuis is over de wens om voor de helikopter start- en landingsplaats een LHR vast te stellen niets meer vernomen. We gaan er hierdoor van uit dat deze wens niet meer speelt.

TUG-ontheffing

Aantal ontheffingen

-

11

Er zijn 4 generieke en 7 locatiegebonden TUG-ontheffingen verleend.

Toezicht luchthavens, luchthavenrapportages en TUG-ontheffingen

Aantal controles

5

1

Nautisch beheer vaarwegen - Toezicht Registratie Systeem (TRS)

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Beroepsvaart

Aantal controles

250

293

Dit zijn ligplaatsen - diepgang van schepen - dragen reddingsvesten.

Binnenvaartwet

Aantal controles

55

44

Totaal opgemaakt: 5 boeterapporten o.a. voor geen geldig Certificaat van Onderzoek - Niet invullen van vaartijdenboek

Overig

Aantal controles

25

40

Hieronder vallen meldingen die van andere vaarwegen en vaarweggebruikers bij ons zijn binnengekomen en via de frontoffice.

Recreatievaart

Aantal controles

300

218

Ligplaatsen recreatievaart, plaats op de vaarweg, verlichting

Regelen en begeleiden

Aantal controles

25

38

Begeleiden fysiek tijdens bijzondere transporten, een transport neemt ongeveer 6 uur in beslag   

Snelle motorboten

Aantal controles

110

108

In totaal 57 processen-verbaal op snelheid en vaarbewijzen en inrichtingseisen
Waarschuwingen voor deze feiten: 8 keer

Vaarweg

Aantal controles

250

300

Scheepvaartberichten - Obstakels in de vaarweg - Verlichting kunstwerken
Door diverse werkzaamheden zoals de nieuwbouw fietsbrug in Zoutkamp zijn er meer scheepvaartberichten gemaakt.

Vergunningen en ontheffingen

Aantal controles

100

194

85 procent van de vergunningen - ontheffingen is in orde.

Nautisch beheer vaarwegen – Boa registratiesysteem (BRS) overzicht strafbare feiten

Hoofdgroep

Subgroep

Subsubgroep

CT

WS

BS

PV

IB

Waterverkeer

 

Groot schip

 Het ligplaatsverbod negeren (verkeersteken A.5)

1

0

0

1

0

Kitesurfplank

 waar dit niet is toegestaan

1

0

0

0

0

Motorboot

 Het ligplaatsverbod negeren (verkeersteken A.5)

5

0

0

5

0

Motorboot

 Niet op eerste vordering tonen van documenten

1

0

0

1

0

Snelle motorboot

 Best. staand zonder reddingsvest

2

0

0

2

0

Snelle motorboot

 Bestuurder jonger dan 18 jaar

2

0

0

2

0

Snelle motorboot

 Geen geldig klein vaarbewijs

4

0

0

4

0

Snelle motorboot

 Geen uitkijk bij waterskiën van tenminste 15 jaar

1

0

0

1

0

Snelle motorboot

 Niet geregistreerd als motorboot

2

0

0

2

0

Snelle motorboot

 Niet op eerste vordering tonen van documenten

2

0

0

2

0

Snelle motorboot

 Niet voldoende reddingsvesten

11

0

0

11

0

Snelle motorboot

 Overschr. toegest. Snelheid

17

2

0

15

0

Snelle motorboot

 Registratiebewijs niet aan boord hebben

3

1

0

2

0

Snelle motorboot

 Registratieteken niet aangebracht

3

0

0

3

0

Snelle motorboot

 Waterskiën waar verboden

1

0

0

1

0

Snelle motorboot

 Zonder gebruik van dodemansknop

1

1

0

0

0

Waterscooter/Jetski

 Geen geldig klein vaarbewijs

2

0

0

2

0

Waterscooter/Jetski

 Overschr. toegest. Snelheid

3

0

0

2

0

Zeilboot

 Het ligplaatsverbod negeren (verkeersteken A.5)

1

0

0

1

0

totalen

63

4

0

57

0

CT = controle, WS = waarschuwing, BS = beslag, PV = proces verbaal, IB = inbeslagname

Vaarwegen Omgevingsverordening

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Toezicht op de aanleg van Kabels en leidingen

Aantal controles

1 keer in de twee weken per vaarweg

1 keer in de twee weken per vaarweg

Gestuurde boringen kunnen schade aan de vaarweg toe brengen en het kan leiden tot schade aan de bak. Er moet bekeken worden of een gestuurde boring voldoet aan bepaalde berekeningen ter voorkoming van schade aan de vaarweg.

Toezicht op de instandhouding van de vaarweg

Aantal controles

1 keer in de twee weken per vaarweg

1 keer in de twee weken per vaarweg

Door werkzaamheden kan de vaarweg gewijzigd of beschadigd worden. Dit kan de doorvaart belemmeren.

Wegen Omgevingsverordening

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Toezicht op de aanleg van Kabels en leidingen

Aantal controles

2 keer per week per weg

2 keer per week per weg

Voor wat betreft toezicht hebben wij geen cijfers, de weginspecteurs bekijken elke ochtend waar verkeersmaatregelen worden getroffen, waar een ontheffing voor is afgegeven en wat hun mailbox voor werkvoorraad aanbiedt.
Aan de hand daarvan bepalen ze hun route in hun rayon en gaan de werkzaamheden bij langs, aangezien niet alle werkzaamheden van tevoren worden gemeld, is het niet altijd bekend dat het werk op dat moment wordt uitgevoerd. Zodoende kan de gerealiseerde output van 2025 hoger uitvallen.

Toezicht en handhaving
Objecten en werken langs de weg

Aantal controles

2 keer per week per weg

2 keer per week per weg

Voor wat betreft toezicht hebben wij geen cijfers, de weginspecteurs bekijken elke ochtend waar verkeersmaatregelen worden getroffen, waar een ontheffing voor is afgegeven en wat hun mailbox voor werkvoorraad aanbiedt.
Aan de hand daarvan bepalen ze hun route in hun rayon en gaan de werkzaamheden bij langs, aangezien niet alle werkzaamheden van tevoren worden gemeld, is het niet altijd bekend dat het werk op dat moment wordt uitgevoerd. Zodoende kan de gerealiseerde output van 2025 hoger uitvallen.

Toezicht en handhaving
Belemmering zicht weggebruiker

Aantal controles

2 keer per week per weg

2 keer per week per weg

Voor wat betreft toezicht hebben wij geen cijfers, de weginspecteurs bekijken elke ochtend waar verkeersmaatregelen worden getroffen, waar een ontheffing voor is afgegeven en wat hun mailbox voor werkvoorraad aanbiedt.
Aan de hand daarvan bepalen ze hun route in hun rayon en gaan de werkzaamheden bij langs, aangezien niet alle werkzaamheden van tevoren worden gemeld, is het niet altijd bekend dat het werk op dat moment wordt uitgevoerd. Zodoende kan de gerealiseerde output van 2025 hoger uitvallen.

Toezicht en handhaving
Verkeersmaatregelen

Aantal controles

2 keer per week per weg

2 keer per week per weg

Voor wat betreft toezicht hebben wij geen cijfers, de weginspecteurs bekijken elke ochtend waar verkeersmaatregelen worden getroffen, waar een ontheffing voor is afgegeven en wat hun mailbox voor werkvoorraad aanbiedt.
Aan de hand daarvan bepalen ze hun route in hun rayon en gaan de werkzaamheden bij langs, aangezien niet alle werkzaamheden van tevoren worden gemeld, is het niet altijd bekend dat het werk op dat moment wordt uitgevoerd. Zodoende kan de gerealiseerde output van 2025 hoger uitvallen.

 Vergunningen/Ontheffingen Wegen en vaarwegen

Product

Sub-product

Geplande
output in 2025

Gerealiseerde output in 2025

Openstaande zaken

Toelichting

Ontheffingen/Vergunningen

Aantal besluiten

 276 OVG
15 Even.
33 LBW
 82 BPR (bepaalde tijd)
70 BPR (langdurig)
14 SVW

OVG = Ontheffing Omgevingsverordening provincie Groningen
Even. = Evenementen
LBW = Ontheffing landbouwvoertuigen > 3m - 3,5m
BPR = Binnenvaartpolitiereglement

SVW = Scheepvaartverkeerswet

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 13:35:41 met de export van 05/20/2026 13:09:19