Financieel toezicht
Op grond van de Gemeentewet zijn gemeenten onderworpen aan financieel toezicht door de provincie.
Daartoe zenden de gemeenten jaarlijks hun begrotingen, jaarrekeningen en andere financiële bescheiden op naar de provinciale toezichthouders.
De bepalende criteria voor het toezicht zijn opgenomen in de Gemeentewet. Het financieel toezicht kent twee mogelijke vormen van toezicht: repressief of preventief toezicht.
Repressief begrotingstoezicht
Er is repressief toezicht wanneer er, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, sprake is van een structureel en reëel begrotingsevenwicht. Wanneer dit evenwicht niet aanwezig is kan alsnog repressief toezicht worden ingesteld indien aannemelijk is dat, blijkens de meerjarenraming, dit evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.
Repressief toezicht is de standaard. Deze vorm van toezicht houdt in dat de begroting en begrotingswijzigingen direct uitgevoerd kunnen worden (rechtskracht krijgen) zonder afhankelijk te zijn van een voorafgaande goedkeuring van Gedeputeerde Staten.
Preventief begrotingstoezicht
Preventief toezicht moet worden ingesteld wanneer de begroting van het eerstvolgende jaar, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, niet structureel en reëel in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht (imperatief preventief begrotingstoezicht.)
Preventief toezicht kan ook worden ingesteld wanneer de begroting of de jaarrekening over het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar niet tijdig is ingezonden.
Wettelijke inzendtermijnen:
- begroting (incl. meerjarenraming): vóór 15 november voorafgaande aan het begrotingsjaar
- jaarrekening: vóór 15 juli na afloop van het rekeningjaar
Gedeputeerde Staten doen voor aanvang van het begrotingsjaar mededeling aan het gemeentebestuur omtrent het in te stellen toezichtsregime voor het komende jaar.
De gemeentebegrotingen voor het jaar 2026
Geconstateerd kan worden dat alle tien Groninger gemeenten voor het begrotingsjaar 2026 met structureel en reëel sluitende budgetten kunnen werken. Hiermee voldoen de Groninger gemeenten aan de criteria voor het terughoudende repressieve begrotingstoezicht en kunnen alle tien gemeenten voor het jaar 2026 onder het repressieve begrotingstoezicht worden gesteld.
Alle Groninger gemeenten hebben moeite om hun begrotingen financieel sluitend te krijgen. De financiële positie kan worden beoordeeld als kwetsbaar. De financiële middelen zien gemeenten als onvoldoende om de wettelijke taken uit te kunnen voeren. Dit is het gevolg van enerzijds de onzekerheden in het Gemeentefonds en anderzijds de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan. Gemeenten hebben grote maatschappelijke verantwoordelijkheden en dienen naast de primaire taken de medebewindstaken uit te voeren op het gebied van onder andere Wmo en jeugdzorg, opgave woningbouw, energietransitie, verduurzaming en huisvesting statushouders. Het beschikbaar zijn van voldoende financiële armslag is hiervoor van groot belang.
Om de taken blijvend te kunnen uitvoeren hebben gemeenten reeds bezuinigingen ingezet of zijn begin 2026 voornemens om de al dan niet noodzakelijke ombuigingen te bespreken.
Alle tien Groninger gemeenten presenteren een begroting met een structureel en reëel sluitende begroting voor het jaar 2026.
Om een sluitende begroting te bewerkstelligen hebben de gemeenten Stadskanaal en Westerkwartier gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een gedeelte van het surplus algemene reserve in te zetten om het jaar 2026 in evenwicht te brengen. Dit is gebeurd conform de hiervoor geldende voorwaarden.
De gemeenten Groningen, Veendam en Westerwolde presenteren een begroting die voor zowel het begrotingsjaar 2026 als voor alle jaren van de meerjarenraming structureel in evenwicht zijn.
De gemeenten Groningen en Westerwolde hebben wel bezuinigingen/ombuigingen opgenomen maar deze zijn niet noodzakelijk om in 2026 een structureel evenwicht te bereiken. De gemeente Veendam heeft geen bezuinigingen opgenomen, echter het structureel saldo is hier slechts marginaal.
De gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland en Oldambt hebben taakstellende bezuinigingsmaatregelen opgenomen om het jaar 2026 structureel in evenwicht te brengen. Of de geprognosticeerde bezuinigingen realistisch en haalbaar zijn zal moeten blijken. De gemeente Pekela heeft bezuinigingen opgenomen maar deze zijn niet noodzakelijk voor een structureel evenwicht in 2026.
De gemeenten Midden-Groningen en Westerkwartier presenteren een meerjarenraming waarin voor alle jaren (2027 tot en met 2029) het structureel evenwicht ontbreekt. De financiële positie van deze gemeenten kan worden gekwalificeerd als ‘zeer kwetsbaar’. Deze gemeenten lopen aan tegen de financiële grenzen en er dienen de noodzakelijke beleidskeuzes gemaakt te worden om in de toekomst met structureel sluitende budgetten te kunnen blijven werken.
Gelet op de grote maatschappelijke opgaven en de financiële onzekerheden worden gemeenten in de begrotingsbrief geattendeerd op de ingeboekte korting op het Gemeentefonds en de hiermee gepaard gaande onzekerheden. In de begrotingsbrief - circulaire - die de provincie aan gemeenten stuurt geeft de toezichthouder aandachtspunten voor het komende begrotingsjaar. Gemeenten die bezuinigingen hebben verwerkt in de begroting worden onder de aandacht gebracht dat zal moeten blijken of begrote bezuinigingen realistisch en haalbaar zijn. Gemeenten met tekorten in de meerjarenraming worden onder de aandacht gebracht dat de mogelijkheid bestaat dat het Gemeentefonds per 2028 niet wordt aangezuiverd en de gemeente op termijn (aanvullend) zal moeten bezuinigen om blijvend met structureel sluitende budgetten te kunnen werken.
Per gemeente is een separate domeinnota en begrotingsbrief bijgevoegd.
Structurele saldi per gemeente
De volgende structurele saldi worden geraamd (bedragen x € 1.000):
Gemeente | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Eemsdelta | 9.719 | 10.196 | 2.997 | -623 |
Groningen | 13.913 | 23.669 | 21.514 | 18.800 |
Het Hogeland | 294 | 326 | 840 | 2.397 |
Midden-Groningen | 2.071 | -3.136 | -9.586 | -13.162 |
Oldambt | 2.965 | 3.424 | -393 | 89 |
Pekela | 274 | 925 | -26 | 165 |
Stadskanaal | 1.040 | 190 | -1.967 | -196 |
Veendam | 120 | 268 | 268 | 240 |
Westerkwartier | 0 | -3.896 | -7.974 | -8.390 |
Westerwolde | 2.930 | 1.233 | 811 | 1.013 |
De druk op de financiële positie van de gemeenten neemt de komende jaren significant toe. Dit als gevolg van een gewijzigde financieringssystematiek, waarbij het (volume)accres van het Gemeentefonds per 2028 verder daalt. De nieuwe financieringssystematiek, gekoppeld aan het bbp, moet meer stabiliteit brengen, maar de daling van het Gemeentefonds baart zorgen.
Gemeentefonds
Tot en met 2025 was de omvang van het Gemeentefonds gebaseerd op de normeringssystematiek, de zogenaamde trap-op-trap-af-systematiek. Om te komen tot een meer stabiele financiering is het becijferde accres voor de jaren 2022-2025 vastgezet en zal alleen nog wijzigen als gevolg van loon- en prijsstijgingen. Daarmede hebben de gemeenten voor de komende jaren duidelijkheid over de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Uitgangspunt is dat de fondsen (Gemeente- en Provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op het achtjarig historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. Met het invoeren van de gewijzigde financieringssystematiek heeft het Rijk ervoor gekozen het volumedeel te verlagen.
In de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn extra middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van goede een beheersbare jeugdzorg en voor de terugval in het Gemeentefonds vanaf 2026. Hierdoor is het ravijnjaar verschoven naar 2028. Was eerder sprake van een vermindering van het volumeaccres van het Gemeentefonds van € 3 miljard in 2026 is dit inmiddels teruggebracht naar € 1,9 miljard in 2028.
Over de omvang van het Gemeentefonds blijft VNG in gesprek met het kabinet om de tekorten in het fonds aan te zuiveren. Ook het prijsaccres staat ter discussie en ook hier geeft het kabinet geen gehoor om volledige compensatie te geven waardoor gemeenten niet volledig worden gecompenseerd voor inflatie.