Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering overige aandachtspunten

Formatie en bezetting
Zoals uit onderstaande grafiek blijkt is de formatie ten opzichte van de bezetting in 2025 verder toegenomen. In de jaren 2022 en 2023 waren formatie en bezetting in evenwicht. In het jaar daarvoor was de bezetting hoger dan de formatie. In 2024 en 2025 was de formatie hoger dan de bezetting. 

Grafiek 2. Formatie en bezetting (in fte) per ultimo jaar

De hogere bezetting is gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen van het Rijk.  
De voornaamste reden van de toename van de formatie is dat de systematiek voor het begroten van de formatie in 2025 is aangepast voor de jaren 2024 en 2025. Dit betekent dat voor de jaren 2024 en 2025 de bezetting tevens de toegestane formatie is geworden en dit dus ook op deze wijze is opgenomen in onze begroting. Dit hebben we gedaan om - conform goed koopmanschap - een realistische begroting te maken.
We hebben de personeelskosten dus begroot op basis van de daadwerkelijke bezetting en daarbij opgeteld de nog in te vullen vacatures om alle taken uit te kunnen voeren. Hierdoor is de uiteindelijke bezetting ultimo 2025 lager dan de formatie. De vacatureruimte is te verklaren doordat de arbeidsmarkt nog steeds krap is waardoor het langer duurt voordat vacatures ingevuld worden of zelfs bepaalde specifieke kennis niet beschikbaar is op de reguliere arbeidsmarkt en wel via inhuur beschikbaar is.  
Naast deze wijziging van de systematiek hebben wij ook andere professionaliseringsslagen in gang gezet om meer grip te krijgen op alles rondom de personeelskostenbegroting. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het volgende:   

  • We hebben de afgelopen jaren extra energie gestoken in het beter en vooral volledig registreren van alle informatie rond personeel (formatie en bezetting) in ons centrale personeelsinformatiesysteem (AFAS).  
  • We hebben een duidelijke scheiding gemaakt tussen vaste en tijdelijke aanstellingen en de daarbij behorende financiering. Hierdoor zijn we beter dan voorheen in staat gericht te sturen en uiteindelijk toe te werken naar de systematiek waarin structurele lasten zoveel mogelijk structureel worden gedekt en incidentele lasten met incidentele middelen worden gefinancierd. De wijze waarop het Rijk omgaat met de financiering van de verschillende opgaven is veelal incidenteel en dit betekent voor ons als provincie dat wij hiermee rekening moeten houden.  
  • We hebben vol ingezet op het financieren van personele capaciteit uit specifieke uitkeringen van het Rijk. We financieren hier niet alleen de directe personele inzet (projectleider etc.) uit, maar ook de ondersteunende inzet zoals financiën en control en juridische inzet. Op deze wijze wordt onze inzet op alle disciplines door het Rijk gefinancierd.  

Aantal medewerkers (man/vrouw)  
Eind 2025 werkten bij de provincie Groningen 1.043 medewerkers. Dit is een stijging ten opzichte van het jaar 2024 (1.014). Het aantal medewerkers is na een lichte daling in 2024 weer toegenomen in 2025. 
Onderstaande grafiek laat het totale aantal medewerkers over de afgelopen jaren zien, onderverdeeld naar mannen en vrouwen. 

Grafiek 3. Aantal medewerkers (man/vrouw) per ultimo jaar

Het aantal medewerkers is niet gelijk aan de bezetting in fte (zie grafiek 2. Formatie en bezetting). Dit komt door het feit dat één formatieplaats door meerdere personen ingevuld kan worden.

Gemiddelde leeftijd   
De gemiddelde leeftijd bedroeg eind 2025 46,6 jaar (gemiddelde leeftijd vrouwen was 45,1 jaar en gemiddelde leeftijd mannen was 47,9 jaar). Sinds 2021 schommelt de gemiddelde leeftijd licht. Over de gehele periode is een dalende trend te zien van de gemiddelde leeftijd .   

Grafiek 4. Gemiddelde leeftijd

Ontwikkeling salarissen en sociale lasten

Tabel 16b. Salarissen en sociale lasten

(x € 1.000)

Realisatie 2024

Begroting 2025
na wijziging

Realisatie 2025

Medewerkers

88.716

108.803

95.831

Gedeputeerde Staten

1.589

2.075

1.873

Provinciale Staten

1.168

1.333

1.268

Totaal

91.473

112.211

98.972

Uit bovenstaande tabel blijkt het volgende:

  • De loonkosten zijn in 2025 lager uitgevallen dan begroot. De formatie is de basis voor de begrote loonkosten en de bezetting is de basis voor de gerealiseerde loonkosten (formatie en bezetting). Door het niet (volledig) kunnen invullen vacatures is de bezetting lager dan de formatie.
  • De realisatie van de kosten voor Gedeputeerde Staten is iets lager dan begroot. De oorzaak daarvan is dat er een aantal correcties is gedaan op de aangifte loonheffingen van eerdere jaren. De verschuldigde loonbelasting over eerdere jaren is verlaagd. 
  • De realisatie van de kosten voor Provinciale Staten is nagenoeg conform begroot.

Inhuur personeel

Tabel 16c. Kosten van inhuur

Inhuurkosten
(x € 1.000)

Loonkosten (medewerkers/GS)
(x 1.000)

Loonkosten incl. kosten inhuur
(x € 1.000)

Inhuurpercentage volgens IPO

Inhuurpercentage volgens provincie Groningen
(IPO x 2/3)

€ 20.669

€ 97.704

€ 118.373

17,5%

11,6%

Uit bovenstaande tabel blijkt het volgende:

  • De totale inhuur personeel in 2025 bedroeg ca. € 20,7 miljoen. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar van ca. € 2,6 miljoen. Dit is te verklaren doordat de arbeidsmarkt nog steeds krap is waardoor het langer duurt voordat vacatures ingevuld worden of zelfs bepaalde specifieke kennis niet beschikbaar is op de reguliere arbeidsmarkt en wel via inhuur beschikbaar is. Daarnaast worden er over het algemeen hogere uurtarieven gevraagd, dit in verband met de inflatiecorrectie.
  • In 2025 is het inhuurpercentage uitgekomen op 17,5% (2024: 17,1%). We zetten hierbij de inhuurkosten af tegen de loonkosten (€ 9 7,7 miljoen) plus de inhuurkosten, conform IPO-methodiek.  
  • Omdat inhuur duurder is dan eigen personeel (twee derde van inhuur) is bepaald dat het percentage met twee derde vermenigvuldigd moet worden. Om de afgelopen jaren goed met elkaar te kunnen vergelijken wordt steeds dezelfde definitie toegepast in de bovenstaande tabel. Het inhuurpercentage dat wij als provincie Groningen hanteren is daarmee 11,6% (2024: 11,4%).

Ziekteverzuim
De ingezette actielijnen voor duurzame inzetbaarheid hebben aantoonbaar effect gesorteerd. Het ziekteverzuimpercentage daalt en was ultimo 2025 5,77% (12-maandgemiddelde). Het blijft echter een aandachtspunt om dit vast te houden.
N.B. We hebben in 2025 een aanpassing gedaan in de berekening van het ziekteverzuimcijfer en we zijn daarmee aangesloten op de berekening die andere overheidsinstanties ook hanteren. Dit houdt in dat je de medewerkers die langer dan twee jaar ziek zijn niet meeneemt in het ziekteverzuimpercentage.  

De meldingsfrequentie vertoont een dalende trend en ligt inmiddels ruim onder de norm, namelijk van 0,85 naar 0,65. Ook het frequent verzuim is afgenomen, zowel relatief, 17% (in 2024: 21%) ten opzichte van de sector 36% als in absolute aantallen: van 130 naar 97 ten opzichte van de verslagperiode 2024. Deze ontwikkelingen duiden erop dat de ingezette maatregelen bijdragen aan een structurele verbetering. 
Om deze positieve trend vast te houden dient duurzame inzetbaarheid een belangrijk aandachtspunt voor de organisatie te blijven. Voor het jaar 2026 wordt ziekteverzuim dan ook wederom als speerpunt geagendeerd met als doel verdere stabilisatie en waar mogelijk verdere daling van het verzuim. Het inzetten van interventies vraagt tijd en volharding.
 

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 13:35:41 met de export van 05/20/2026 13:09:19