In onderstaande tabel is het verloop van de financiële kengetallen opgenomen, met daarna een toelichting. De financiële kengetallen geven duiding aan de financiële positie. In vergelijking met de Jaarstukken 2024 is in beperkte mate sprake van wijzigingen van de kengetallen.
Wij merken op dat de kengetallen voor 2025, indien van toepassing, aangepast zijn aan de gewijzigde begroting. Dit verklaart waarom de kengetallen in dat jaar afwijken van de getallen in de Begroting 2025.
Tabel 5. Financiële kengetallen
Kengetallen | Jaarstukken 2024 | Begroting 2025 | Jaarstukken 2025 |
|---|---|---|---|
1A. Nettoschuldquote | 32% | 33% | 38% |
1B. Nettoschuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | -65% | -37% | -46% |
2. Solvabiliteitsratio | 41% | 41% | 40% |
3. Kengetal grondexploitatie | 11% | 25% | 10% |
4. Structurele exploitatieruimte | 20% | 9% | 22% |
5. Belastingcapaciteit: opcenten mrb | 109% | 108% | 108% |
Het vergelijken van de kengetallen met andere provincies of een gemiddelde van provincies is complex omdat de waarden van de verschillende provincies ver uiteenlopen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een duiding aangegeven in de trant van 'hoe hoger of lager het percentage, hoe beter'.
Zie onderstaande toelichting op de kengetallen.
1A. De nettoschuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie.
Hoe lager dit percentage hoe beter. De waarden fluctueren in de loop van de jaren. Dit wordt met name verklaard door de mutaties in de kortlopende uitzettingen (positie schatkistbankieren).
1B. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de nettoschuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.
Hoe lager dit percentage hoe beter. Hiervoor geldt ook dat de waarden negatief zijn omdat de provincie Groningen geen langlopende schuld heeft.
2. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Onder dit kengetal wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Hoe hoger dit percentage hoe beter.
3. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten.
Hoe lager dit percentage hoe beter.
4. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.
Hoe hoger dit percentage hoe beter. De percentages zijn positief hetgeen betekent dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten.
5. Een provincie heeft de mogelijkheid om het aantal opcenten te verhogen tot het maximaal te heffen opcenten zoals dat door het Rijk wordt bepaald. Geen van de provincies maakt gebruik van dit maximale tarief. De belastingcapaciteit van provincies wordt daarom berekend door het aantal opcenten in jaar t te vergelijken met het gemiddelde van het aantal opcenten van alle provincies in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Hoe lager dit percentage hoe beter. Dit percentage is hoog omdat het aantal opcenten van de provincie Groningen boven het landelijk gemiddelde ligt.