Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In onderstaande tabel wordt de kwantificering van de risico's alsmede de beschikbare weerstandscapaciteit weergegeven. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.

Later in deze paragraaf, onderdeel 1.6 Inventarisatie risico's Categorie I, worden de individuele risico's gedetailleerd beschreven.

Tabel 2. Reguliere incidentele risico's versus beschikbare weerstandscapaciteit

(x € 1 miljoen)

Begroting
2026

Jaarstukken
2025

Mutatie

1. Kwantificering risico's

10,75

9,13

-1,62

2. Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit

12,21

10,35

-1,86

3. Verschil (2 minus 1)

1,46

1,23

-0,24

1. Kwantificering risico's
De reguliere incidentele risico's (minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen) kunnen worden becijferd op € 9,13 miljoen. Per saldo is dit € 1,62 miljoen lager ten opzichte van de Begroting 2026. De mutaties zijn:

Toename:

  • Afvalbedrijven: € 0,43 miljoen. Dit wordt primair veroorzaakt door een stijging van de restwaarde van afvalstoffen, zowel op basis van hetgeen de afvalbedrijven rapporteren als de door de Omgevingsdienst Groningen gehanteerde normbedragen.
  • Claims: € 0,10 miljoen. Dit is het gevolg van een nieuw opgenomen claim en een verhoging van de risico-inschatting bij een bestaande claim.

Afname:

  • Leningen, garanties en waarborgen: € 2,15 miljoen. De lening aan BioBTX is eind 2025, in tegenstelling tot de verwachting bij de Begroting 2026, nog niet verstrekt. Om die reden is de impact, nu bij de Jaarstukken 2025 op nihil gesteld. Een afname van € 1,20 miljoen. De achtergestelde lening OZG is in april 2026 beëindigd en financieel afgewikkeld. Daardoor neemt het risico af met € 0,66 miljoen. De overige mutaties zijn het gevolg van aflossingen door de Kredietunies en een extra aflossing van Nesec Shipping Debt Fund. Samen € 0,27 miljoen.

Een risico dat wij op dit moment niet kunnen kwantificeren betreft de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA).
De Wet DBA heeft als doel het voorkomen van 'schijnzelfstandigheid'. Sinds de invoering van de wet is er veel onduidelijkheid over de toepassing van de wet en tot 2025 gold het handhavingsmoratorium, waarin de Belastingdienst geen boetes en naheffingen oplegde.
Daar waar sprake is van een arbeidsrelatie dient een werkgever de medewerker in loondienst aan te stellen, met alle bijbehorende verplichtingen zoals het afdragen van sociale premies en premies voor pensioenrechten. De provincie Groningen voldoet hieraan.
De provincie Groningen huurt ook tijdelijk personeel in via een broker. In 2025 zijn afspraken gemaakt over alle inhuur via de broker en is getoetst of de bestaande inhuur voldoet aan de Wet DBA. Voor nieuwe inhuur loopt de provincie geen risico. Er is echter een beperkt deel van de bestaande inhuurcontracten waarvan het niet direct duidelijk is en waarbij dus interpretatie mogelijk is, of wordt voldaan aan de Wet DBA. In het belang van de continuïteit van de werkzaamheden worden deze contracten niet direct beëindigd. Het gaat om een afgebakende en in aantal afnemende groep. De kans bestaat dat bij controle de Belastingdienst anders oordeelt over de zelfstandigheid dan de provincie en dus dat er een naheffing en boete kan worden opgelegd.
Wij schatten de kans van optreden als laag in, de potentiële impact kan hoog zijn. Op dit moment kunnen wij geen goede inschatting maken van de impact.

2. Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit
De incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 10,35 miljoen, ter dekking van de risico's. Ten opzichte van de Begroting 2026 is dit gedaald met € 1,86 miljoen. Door het nog niet verstrekken van de lening aan BioBTX eind 2025 is ook het hiervoor beschikbare weerstandscapaciteit (€ 1,2 miljoen) niet meegerekend. De achtergestelde lening OZG is in april 2026 beëindigd. In de financiële afwikkeling hiervan is € 0,66 miljoen van de beschikbare weerstandscapaciteit gebruikt.
Van de beschikbare weerstandscapaciteit ad € 10,35 miljoen is € 9,55 miljoen gelabeld in de Algemene reserve van de provincie. Voor € 0,8 miljoen is het risico op de lening aan SHINE Europe ondergebracht bij NOM.  

3. Verschil
Het verschil tussen de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit en het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 1,23 miljoen.

In de Kadernota Risicomanagement provincie Groningen is vastgelegd dat, indien uit de beoordeling van het weerstandsvermogen blijkt dat de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit minder bedraagt dan het benodigde weerstandsvermogen op basis van de risico-inventarisatie, aanvulling plaatsvindt indien de afwijking groter is dan 10%.
Gezien de fluctuaties in met name de risico’s Afvalbedrijven en Claims en het feit dat het risico Wet DBA niet is gekwantificeerd, stellen we voor dit overschot niet te laten vrijvallen.

Deze pagina is gebouwd op 05/20/2026 13:35:41 met de export van 05/20/2026 13:09:19