Onderstaande tabel geeft de mutaties weer in de risico's revolverende fondsen en de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de Begroting 2026. Dit betreft de revolverende fondsen binnen het risico Leningen, garanties en waarborgen en het risico Verbonden partijen.
Tabel 3. Risico's revolverende fondsen versus beschikbare weerstandscapaciteit
(x € 1 miljoen) | Begroting | Jaarstukken | Mutatie |
|---|---|---|---|
1. Kwantificering risico's | 10,19 | 8,79 | -1,40 |
2. Beschikbare weerstandscapaciteit | 9,51 | 6,48 | -3,02 |
3. Verschil (2 minus 1) | -0,69 | -2,31 | -1,62 |
1. Kwantificering risico's
De risico's revolverende fondsen (minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen) kunnen worden becijferd op € 8,79 miljoen. Ten opzichte van de Begroting 2026 is dit met € 1,4 miljoen afgenomen. De mutatie heeft betrekking op verbonden partij Investeringsfonds Groningen (IFG).
Bij de inschatting van de kans en de impact risico verbonden partijen IFG wordt uitgegaan van het uiteindelijk maximaal te storten kapitaal en de kans dat dit kapitaal over de hele looptijd van het fonds niet in stand blijft. Die kans is bij aanvang van het fonds gesteld op 20%. Bij aanvang van het fonds is het benodigde weerstandsvermogen dus berekend op € 60 miljoen maal 20% is € 12 miljoen.
Per einde 2025 bedraagt het nog te storten kapitaal € 18,5 miljoen (€ 60 miljoen -/- 41,5 miljoen reeds gestort kapitaal). Op basis van de uitgangspunten bij aanvang van het fonds zouden wij nu nog een benodigd weerstandsvermogen moeten hebben van € 18,5 miljoen maal 20% is € 3,7 miljoen.
Bij de Begroting 2026 bedroeg het nog te storten kapitaal € 25,5 miljoen en was derhalve het benodigde weerstandsvermogen voor IFG € 25,5 miljoen maal 20% is € 5,1 miljoen.
2. Beschikbare weerstandscapaciteit
De incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit binnen de Algemene reserve bedraagt bij de Jaarstukken 2025 € 6,48 miljoen. Dit is € 3,02 miljoen lager dan bij de Begroting 2026. Deze mutatie heeft betrekking op IFG.
Bij aanvang van het fonds IFG is € 12 miljoen aan weerstandscapaciteit beschikbaar gesteld. In 2023 bij de herijking van het weerstandsvermogen is de beschikbare capaciteit eenmalig opgehoogd met € 0,2 miljoen.
Eind 2025 hebben wij € 41,5 miljoen kapitaal gestort en is hierop een voorzieningen gevormd van € 15,2 miljoen. Van die € 15,2 miljoen is € 10,8 miljoen gevormd in verband met geleden verliezen van het fonds in de afgelopen jaren, waarvan € 3,02 miljoen verlies betrekking heeft op 2025.
De overige € 4,4 miljoen heeft betrekking op door IFG naar de provincie teruggestort kapitaal, dat is toegevoegd aan de voorziening IFG.
De hierboven genoemde € 10,8 miljoen is gevormd ten laste van de initieel beschikbare weerstandscapaciteit. Per jaareinde resteert dan nog een beschikbare weerstandscapaciteit voor IFG van € 12,2 -/- € 10,8 = € 1,4 miljoen. De overige beschikbare weerstandscapaciteit van € 5,1 miljoen heeft betrekking op de revolverende fondsen binnen het risico A.1 Leningen, garanties en waarborgen.
3. Verschil
Bij de Jaarstukken 2025 is er een verschil tussen de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit en het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen van -/- € 2,31 miljoen.
In 2025 heeft IFG een forecastmodel gemaakt, waarin tien jaar vooruitgekeken wordt. Bij de recente evaluatie van IFG door een extern bureau concludeert de evaluator, dat zo een waardevol en effectief instrument is ontwikkeld. Met de uitkomsten van het model krijgt de provincie belangrijke sturingsinformatie voor het al dan niet aanpassen van haar weerstandsvermogen. Bovendien kan de prognose telkens ‘ververst’ worden met nieuwe informatie over de verwachte prestaties van de IFG-investeringen. Hiermee blijft het niet bij een eenmalige prognose, maar is als het ware een nieuw monitoringsysteem verkregen.
In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van IFG van maart 2026 is afgesproken dat de wij ten minste voorafgaand aan onze rapportage over het weerstandsvermogen (bij de begroting en de rekening) aan uw staten beschikken over een geactualiseerde versie van het forecastmodel.
Op basis van het actuele forecastmodel concluderen wij dat de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2025 voldoende is voor verwachte toekomstige risico’s en vinden wij het niet noodzakelijk om het verschil van € 2,3 miljoen tussen het hierboven voor IFG berekende weerstandsvermogen (€ 3,7 miljoen) en de beschikbare weerstandscapaciteit (€ 1,4 miljoen) aan te vullen.